Brandweermannen koninklijk onderscheiden

BALK

Zaterdag 21 november werden Fedde de Jong uit Balk en Luut Osinga uit Bakhuizen benoemd tot lid in de Orde van Oranje Nassau. Dit ter gelegenheid van hun officiële afscheid als vrijwillige brandweerman van de gemeente de Fryske Marren.

Niet verwacht en zeer vereerd. Zoals dat meestal gaat met het ontvangen van een onderscheiding. Fedde de Jong en Luut Osinga zijn hierop geen uitzondering. ,,Het was echt een verrassing”, zegt De Jong enthousiast. Samen met collega brandweerman Luut Osinga is hij aangeschoven in de kantine van de kazerne in Balk. Want twee heren met een lintje en een grote staat van dienst, daar wil de BC graag het fijne van weten. Allebei tonen ze trots een prachtig blauw, verzegeld koffertje, waar op een bedje van velours de Koninklijke Onderscheiding ligt te stralen. Osinga rolt de oorkonde die erbij hoort uit, om aan te tonen dat het toch echt waar is. ,,Je krijgt hem niet zomaar. Je moet van onbesproken gedrag zijn. En dat gaat heel ver. Toen ik het hoorde dacht ik eerst: leuk. Maar daarna vond ik het toch een heel mooie waardering voor de tijd die ik aan de vrijwillige brandweer Bakhuizen besteed heb. Ik ben in 1995 erbij gekomen, door een vraag van Piet Mous die toen Ondercommandant was.” De Jong: ,,Ik werd in 1990 gevraagd door een collega bij mijn toenmalige werkgever Jachtwerf Meijer. Ik zei ja omdat ik graag andere mensen wilde helpen, wat voor de gemeenschap wilde betekenen.”

Keuring door de groep

Er volgde een keuring door de groep, na een avond proefdraaien. Want brandweermannen moeten vanzelfsprekend goed met elkaar kunnen samenwerken. Niet iedereen past in het team. Maar De Jong mocht blijven en ging los in Balk. Hetzelfde geldt voor Osinga, hij startte 20 jaar geleden bij de post Bakhuizen. ,,Oefenavonden waren toen slechts een keer per maand”, herinnert laatstgenoemde zich. ,,Dat is nu wel anders. Momenteel oefenen we wel drie keer per maand. Er zijn veel cursussen bijgekomen, met name sinds 2004 is de brandweer behoorlijk geprofessionaliseerd. Je wordt meer vakbekwaam dan vroeger. Om een voorbeeld te noemen: de aanrij tijden en onze pakken zijn aangepast, er is een Oppervlakte Reddings Team gekomen en de auto’s zijn veel moderner. Destijds ben ik begonnen in een VW-busje met aanhangwagen. Daar kon wel tien man in!

Samenwerking

Maar ook de samenwerking met de korpsen in de omgeving, zoals Koudum en Stavoren, is een mooie vooruitgang.” ,,Een keer per jaar hebben we met de collega korpsen een competitiedag”, vult De Jong aan. ,,Dat is altijd erg leuk en leerzaam. Je wordt met je korps dan uitgedaagd om creatief en fanatiek te zijn. Zo is er meestal een quiz met uiteenlopende vragen over de brandweer en bedenken we een oefening die de collega’s nog niet kennen. Vorig jaar lieten we de teams in een auto rijden die geheel in spiegelbeeld was. De bemanning was geblinddoekt, zij moesten volledig afgaan op de bevelvoerder, die wel kon zien. Een fantastische oefening.”

Zwaar als je een bekende aantreft

Beide heren erkennen dat het werk mooi, maar soms ook zwaar is, en dat bij 80% van de branden en ongelukken ze bekenden aantreffen. ,,Het komt dus heel dichtbij”, verzucht Osinga. ,,Kijk, het blussen valt wel mee. Het zijn de emotionele zaken die meespelen. Ook als er bijvoorbeeld dieren bij betrokken zijn, dat vind ik schrijnend. Zij kunnen soms echt geen kant op.” ,,Maar er zijn ook situaties die positiever afliepen dan verwacht”, zegt De Jong. ,,Ik vergeet bijvoorbeeld nooit het verhaal van een dame die bij een zwaar ongeluk klaagde over haar rug. We hebben haar uit de auto moeten zagen, maar gelukkig hield ze aan het ongeval geen letsel over. Ja, dan haal je wel even opgelucht adem. Belangrijk na dit soort ervaringen is om er goed over te praten met je collega’s. Ook ondervind ik veel steun bij mijn gezin.” Osinga: ,,Je doet je werk altijd naar eer en geweten en veiligheid staat voorop. Als je met zes man vertrekt, wil je ook weer met zes man terug komen. En natuurlijk heb je nog weleens kippenvel. Je bent een mens, geen robot.”

Op tijd stoppen

De minimumleeftijd voor de vrijwillige brandweer is 18 jaar, een maximumleeftijd is er niet. Maar op tijd stoppen is belangrijk, ook daar zijn de mannen het allebei over eens. ,,Je kan minder snel mee met de jongeren, dat merk ik wel”, bekent De Jong. ,,En ook al worden we jaarlijks gekeurd, er komt een moment dat je afscheid moet nemen. En dat is goed, na 25 jaar. Ik heb zes kleinkinderen, daar komt nu meer tijd voor vrij.” ,,Ik heb genoeg hobby’s”, besluit Osinga. ,,Mijn Japanse koi’s (karpers, red.), de Vogelwacht. De tijd vult zich wel. Ik kijk met veel plezier terug op de afgelopen 20 jaar. Heb veel mensenkennis opgedaan en plezierig samengewerkt met alle collega’s. Mijn motto is altijd geweest: Doe maar gewoon, dan kom je een heel eind.” Amanda de Vries

Auteur

Meintje Haringsma