Het gaat slecht met de roek in Gaasterland

GAASTERLAND

 Het gaat niet goed met de Roek als broedvogel in Gaasterland. Dit zegt  de vogelwerkgroep van IVN- afdeling Sûdwesthoeke. 'Al vele jaren worden de kolonies in het voorjaar geteld en vorig broedseizoen is gebleken dat het aantal bewoonde nesten is gedaald naar nul. Niet leuk voor de Roek, maar ook niet voor de mens,  want het wel of niet voorkomen zegt iets over de kwaliteit van onze eigen leefomgeving.

Sytse Bouwhuis uit Wyckel houdt al sinds 1998 de koloniebroedende vogels in onze omgeving (waaronder de Roek) in de gaten en rapporteert hierover naar Sovon, een landelijke organisatie die zich bezighoudt met vogeltelling en -statistiek. De Roek is een echte kolonievogel en zoekt z'n soortgenoten op om gezellig samen te nestelen in een bij voorkeur vrijstaande groep hoge bomen. De vogel lijkt daarbij een voorkeur te hebben voor de bebouwde omgeving (of gaat deze in ieder geval zeker niet uit de weg). Dat wordt niet door iedereen gewaardeerd. Er valt nogal eens wat nestmateriaal naar beneden, er wordt gescheten en vooral nogal luidruchtig contact onderhouden. Mensen worden vaak niet blij als ze gedurende een aantal maanden (broedseizoen), van zonsopgang tot zonsondergang naargeestig gekraai moeten aanhoren.'

Bijzondere kleur

Aan de andere kant valt er ook veel te genieten aan de Roek, als je er maar oog en oor voor hebt. Ze zijn niet zomaar zwart. Vooral wanneer ze beschenen worden door de zon is op hun verenpak een hele mooie, ietwat purperen metaalglans te zien. Ze kunnen fraaie vliegcapriolen vertonen, vooral in een groep. En het "gekraai" in de broedkolonies is bepaald niet het enige geluid dat ze voortbrengen; ze kennen veel variatie. En als ze in groepen voedsel aan het zoeken zijn, is er altijd veel onderlinge interactie. Ook dat is boeiend om te zien. De vogel hoort uitdrukkelijk bij ons land en heeft ook in de ecologie zijn plek. Hij leeft van een grote variëteit aan voedsel, maar geeft toch uitdrukkelijk de voorkeur aan engerlingen en ritnaalden (dat zijn wortelvretende insectenlarven) die uit de graszode worden getrokken. Er was een tijd dat boeren daar blij mee waren. Waar een Zwarte Kraai nog wel eens een eitje "rooft" speelt dat bij de Roek geen rol van betekenis. Toch wordt de vogel om die reden nogal eens vervolgd door mensen die menen daarmee de weidevogels in bescherming te nemen.

9 kolonies

Feit is dat de broedpopulatie in heel het land afneemt. Toch zijn er landelijk nog wel zo'n 50.000 broedparen, met name in Oost-Nederland. In Gaasterland waren er 9 kolonies bij Balk, Oudemirdum, Nijemirdum, Rijs en Wijckel. De kolonie aan de Jan Schotanuswei in Oudemirdum heeft zich in de 70-er jaren gevestigd en is in de loop van de jaren uitgegroeid tot de grootste kolonie. Deze kolonie kende op haar hoogtepunt in 2003 maar liefst 259 nesten. Net na de eeuwwisseling bereikte de stand over heel Gaasterland haar hoogtepunt met 553 nesten. In de daarop volgende jaren laten alle kolonies een gestage daling zien en verdwijnen ze uiteindelijk helemaal. De kolonies in het centrum van Balk en de Lorbuorren in Harich hielden het nog het langst vol en kenden in 2014 nog 6 c.q. 13 broedparen. Wat de precieze oorzaken zijn van het feit dat deze vogel niet meer bij ons broedt is niet geheel duidelijk, maar opzettelijke verstoring hoort daar zeker bij. En dat is jammer, want  het dier hoort  bij onze natuur en heeft het daar een duidelijke functie in. Overigens is het niet alleen jammer, het is ook verboden. De Roek geniet onder de Flora- en Faunawet bescherming. Verjaging mag alleen gebeuren met gemeentelijke ontheffing, mits vervangende broedgelegenheid bestaat die dan ook meteen als beschermde locatie wordt aangewezen. Rondom Gaasterland, in Workum, Koudum en Lemmer zitten nog wel flinke kolonies.Herkolonisatie van Gaasterland is dus mogelijk.  

Auteur

Meintje Haringsma