Echtpaar Bootsma koestert warmte schaatswereld

Balk

Hindeloopen -  Alles wordt anders in het nieuwe jaar 2016 en toch blijft ook veel gelijk. Die paradox gaat op voor het echtpaar Gauke en Gretha Bootsma die per 1 januari van dit jaar de leidsels van het Eerste Friese Schaatsmuseum in Hindeloopen in handen gaven van hun kinderen Hendrika, Pieter en Grietje. Verder zal het dagritme van beide echtelieden niet veel anders worden dan voorheen. Elke dag op hun post in het 550 vierkante meter grote museum annex winkel en restaurant aan de Kleine Weide.

,,Wol aardich’’, zo was het zuinige commentaar van Jeen van den Berg in april 1983 toen de Elfstedentochtwinnaar van 1954 de eerste editie van het schaatsmuseum mocht openen. Die opmerking was een teleurstelling voor initiatiefnemer Bootsma die ook wel wist dat het etiket groots nog niet van toepassing was op het kleine zoldertje dat was ingericht als museum. De ontwikkeling naar steeds meer en steeds groter laat zich nog het meest vergelijken met een sneeuwbal die al rollend steeds groter wordt.

Elfstedentocht ontbrak

In de eerste collectie van het museum ontbrak de Elfstedentocht geheel. Veel antieke schaatsen en oude tegeltableaus met wintertaferelen. Bij toeval kwamen de eerste medailles binnen via Van den Berg die een medaillekast in Thialf beheerde waar verder geen hond naar taalde. De vraag ‘Wolsto dit ha?’ werd gretig met ja beantwoord. En zo kwam de sneeuwbal in beweging, daarna verscheen een boekje over Cor Jongert en Ype Smid dat Bootsma samen met Gosse Blom schreef. Van de weduwe Jongert kreeg hij een gouden medaille en zo breidde de collectie zich gestaag uit, van Elfstedentocht naar korte baanschaatsen. ,,Ik ha hjir spullen fan alle kampioenen dy’t der binne.’’ Natuurlijk zat het tij mee met twee elfstedentochten in 1985 en 1986 zodat Rein Jonker in 1988 het uitgebreide schaatsmuseum mocht openen. Hoewel de elfstedentochten telkens schaarser worden gaat er geen week voorbij dat er niet iets nieuws wordt ontdekt of een onbekend schaatsverhaal boven water komt. Vraagbaak, vertrouwenspersoon en adviseur in één, zo voelt het bij Bootsma af en toe. ,,Betiden moatte se hjir harren hert luchte oer ôfspraken en deals tidens in alvestêdentocht. Sjoch soks komt nea nei bûten.’’

Warmte schaatswereld

Of schaatsers bellen Bootsma om advies of om andere hulp, het is de warmte van die kleine schaatswereld die het echtpaar Bootsma zo innig koestert. Gretha Bootsma: ,,Fansels sitte der riders by dy’t nei fyftich jier noch tsiere oer in tocht. Dat binne de minsken dy’t moarns in panne grint opite sa’t de útdrukking is. Dy fûlens giet der nea wer út.’’ Dat mag dan zo zijn, Bootsma wordt op handen gedragen in de schaatswereld als zorgzame hoeder van hun glorietijd én als ontmoetingsplek van oude schaatshelden. Het ontzag is zo groot dat Bootsma er wel eens verlegen van wordt. ,,Dan sis ik jonges, ik ha nea in alvestêdetocht riden, ien kear fjirde op de koarte baankampioenskippen fan Fryslân.’’ Natuurlijk vloeit die bejegening voort uit dankbaarheid dat Bootsma een deel van zijn leven in dienst heeft gesteld van het behoud van de rijke historie van de schaatssport. Toen tweevoudig winnaar Evert van Benthem naar Canada vertrok belde hij Bootsma op met de woorden dat hij al zijn schaatsspullen op tafel had staan voor het museum. ,,Op myn oantrunen hat hy doe de medaljes meinaam nei Kanada.’’ De winnaar van 1963, Reinier Paping, belde op met de vraag of hij mee moest doen aan de expositie Held in de Nieuwe Kerk in Amsterdam, het Rijksmuseum was toen gesloten. Plaatsnemen tussen helden als Michiel Adriaensz de Ruyter, daar hikte de bescheiden schaatser een beetje tegen aan, ‘Ik zou het toch wel mooi vinden’. Of Bootsma even de spullen kwam brengen…zo vroeg men in Amsterdam. Aanvankelijk wilde Bootsma dit niet, maar de overweging ,,Dit kin ik Paping net ûntnimme’’ gaf de doorslag.

Atsje mei nei bêd’

Toen Atje Keulen-Deelstra eind jaren tachtig haar Olympische medailles beschikbaar stelde had het museum nog geen alarminstallatie. Elke avond liep Bootsma met een doosje naar huis zodat de buren nieuwsgierig werden. ,,Wy nimme Atsje elke jûn mei nei bêd’’, zo zei Gretha Bootsma toen gekscherend. Die alarminstallatie is er inmiddels, de toekomst ligt in handen van de kinderen, maar Gauke Bootsma weet één ding zeker: ,,It is noait klear.’’ Rynk Bosma Foto-onderschrift Foto Bootsma1: Het echtpaar voor de vitrine waarin Friese keramische platen uit 1850 vervaardigd in Makkum.

Auteur

Meintje Haringsma