To Klop'Ik heb een prachtig leven gehad'

KOUDUM

To Klop werd vrijdag 100 jaar. Haar straat was versierd door de buren, familie en vrienden kwamen bij haar langs voor een gezellig ochtend in Unieck. Ze lacht, praat, informeert, heeft de jongste bewoner van de straat op schoot. En zegt dan:´Ik houd van lachen. Als ik drie dagen niet gelachen heb, voel ik me toch beroerd.´ Daarom is ze blij met alle mensen die altijd bij haar langskomen, want dan valt er altijd wel iets te lachen. Dat ze 100 is, zie je haar niet aan. Ze lijkt 60, hooguit 70. Dat compliment wuift ze weg. 'Ik ben het toch echt!'

Verdriet

Ze vindt zelf dat een prachtig leven heeft gehad. Maar ze kende ook het nodige verdriet. ´ Dat mijn man en ik geen kinderen hebben gekregen. Dat hij ziek werd. Hij kreeg een hersenbloeding en moest alles opnieuw leren. Ik heb hem weer leren praten. Gelukkig mankeerde er overigens niets aan zijn geestelijke vermogens.´ Ondanks de nare zaken in haar leven, zegt ze dat ze altijd het positieve heeft gezien in het leven. Zelf nadat ze haar bekken had gebroken tijdens een reisje van de Zonnebloem en ze maanden moest revalideren. ´Ik hield steeds in mijn achterhoofd dat ik weer terug naar mijn huisje zou kunnen. En toen dat echt lukte, wat een ontroering.´ Op het reisje zelf werd haar wekker haar bijna fataal. 'Ik logeerde in een hotel en had de wekker heel vroeg gezet blijkbaar. Hij ging om 5 uur in de ochtend af. Toen dacht ik nou dan ga ik ook maar even naar het toilet. En toen lag ik. Ik heb geprobeerd om op te staan, maar dat lukte niet. En ik werd pas om kwart over 7 gevonden, nadat ik heel veel lawaai had gemaakt.' Een dokter zag ze pas om 11 uur en al die tijd verging ze van de pijn. 'Ik werd met een ambulance naar het ziekenhuis in Alkmaar gebracht en heb daar een week gelegen. Toen zei ik:'Ik wil terug naar Koudum. ' Ook dat ritje werd met de ambulance gemaakt. Maar de reis ging niet naar Koudum, maar naar de Ielannen in Sneek. Daar zat ze 3 maanden. 'Iedereen praatte er steeds overheen als het ging om echt weer naar Koudum te gaan. Dus ik was er niet zo zeker van.'  En toen mocht het toch. 'Wat een ontroering dat ik er weer was. Ik heb er natuurlijk ook 43 jaar gewoond.' Oorspronkelijk kwam de eeuweling uit Dordrecht. Haar echtgenoot, Theun Klop had een baan bij de spoorwegen en op de bruiloftsavond emigreerde het stel naar Nijmegen. In die tussentijd kwamen ze vaak bij een broer die in Koudum woonde. ' Als ik hier was, moest ik bij elke bakker (er waren er 5) een half brood kopen. Omdat Teuns broer alle contacten goed wilde houden.' Beide vonden het in Koudum  gezellig en leuk. Toen Teun 49 was, kreeg hij een hersenbloeding. 'Hij moest alles opnieuw leren, vooral het praten. Dat heb ik hem geleerd. Teuns broer zei in die nare tijd, 'kom toch hier wonen. '  En zo gebeurde het. Inmiddels woont To alweer 45 jaar in Koudum. Teun is overleden, over hem heeft ze alleen maar positieve woorden. 'We hadden een heel goed huwelijk, hadden het heel fijn samen.' Dat er uit die echtverbinding geen kinderen zijn gekomen, was een groot verdriet voor haar. 'Teun had daar wat minder moeite mee. Hij was blij met wat wij samen hadden.'

Zelfstandig

De 100-jarige woont weer volledig zelfstandig, kookt nog elke dag haar potje. 'Zelfs de boodschappen doe ik nog uit het hoofd. Die haal ik altijd met mijn vriendin Tineke. Het enige is dat ik wel 3 uur hulp heb in de week. Dat is nog niet zo lang en het komt omdat ik een paar keer achter elkaar longontsteking had. Maar verder doe ik nog alles zelf.' Haar vitaliteit en haar ouderdom dankt ze volgens eigen zeggen aan haar genen. 'De grootmoeder van moeders kant was ook bijna 100. Mijn broer is 90. En mijn moeder is ook 93 geworden.' Vrijdag was het feest voor de 100-jarige, zondag opnieuw. Ook burgemeester Hayo Apotheker kwam langs. 'Hij liet alle andere mensen voorgaan. Heel beleefd. Maar ik ben bang dat hij niet zoveel aandacht heeft gehad. Ik zat op een gegeven moment met mijn rug naar hem toe.'  Terwijl de gasten langzaam het verjaardagsfeestje verlaten en ze iedereen vraag om nog wat te drinken, komt opeens nog een verrassing. Ze krijgt nog een ritje met paard en wagen aangeboden. 'Wat vind ik dat uniek. Zo zijn mijn man en ik ook getrouwd, want dat wilde ik graag.' Het ritje moet nog even wachten tot het weer beter is. 'Oh wat fijn, dan kan ik daar weer naar uitkijken,' lacht ze breed. Foto's Modou Bojang  

Auteur

Meintje Haringsma