Henk Kroes ontroerd door werken Evert van Hemert

SLOTEN

'Ik raak gewoon ontroerd door je werken. Die dikke kont, dat dunne lijf. Het doet me wat.'  Die woorden sprak voormalig voorzitter van de Elfstedenvereniging  en ijsmeester Henk Kroes vrijdag tijdens de onthulling van het beeld van de kunstenaar Evert van Hemert. Van Hemert schonk een beeld (de omroepster) aan het museum en dus aan Sloten en er is een expositie van hem te zien in het museum.  Van Hemert zelf had iedereen opgeroepen niet te veel te speechen, want daar houdt hij niet van. Dus museumdirecteur Bavo Galama en Henk Kroes moesten het kort houden. Op het moment van de onthulling zelf, stond de kunstenaar fijn te kouten en een borrel te drinken met de leden van de Schutterij die samen met Kroes het kanon hadden laten exploderen. 'Evert, de onthulling,'schreeuwde zijn vrouw.

Brons en verf, Van Hemert wisselt ze af. In zijn schilderijen voert Van Hemert afwisselend statige dames en forse vrouwen ten tonele. De slanke statige dames zijn al dan niet te paard gezeten en gekleed in koningsblauw of karmozijnrood. De meer aardse vrouwen die soms onverholen tot lichamelijkheid uitnodigen, hebben forse rondingen beneden de taille en piepkleine borsten. Het is een geraffineerde combinatie van potsierlijkheid en waardigheid, van kuisheid en verloedering. Maar ook strijden werkelijkheid en fantasie om de voorrang.

Erotisch

Circuselelmenten in de vorm van een witgestippeld blauw paard, tenten en acrobatiek door dikke dames dragen daaraan bij. Ook in brons is soms een enkel spoor van circus waar te nemen in de vorm van een stukje tuig met siernagels bij een paardje. De paarden op de schilderijen hebben evenals de vrouwen en de enkele man altijd een klein hoofd, vaak dunne benen en een zwaar lijf. Op de vraag waar die vertekening vandaan komt, antwoordt hij: ”Ik hou van dikke, ronde billen. Dat vind ik prachtig. Paardekonten: de twee volle rondingen met dat kleine staartknopje er tussen van de Belg van de schillenboer; als kind kende ik het woord erotisch natuurlijk niet, maar het was het wel “. Ook de vertekening van de bronzen in de lengterichting heeft met ideaalbeelden te maken. “Als je in een beeld van vijftig centimeter hoog probeert de normale verhoudingen weer te geven, krijgen ze een waterhoofd met dikke beentjes en ik heb een hekel aan grote koppen. Dus maak ik ze met een klein hoofd en een dikke kont. Dat is mooi voor de balans”.

Te veel gedoe

Een meeslepende carrière heeft Van Hemert in de USA vaarwel gezegd; te veel gedoe, te veel water in de sociale wijn. Wel een feest om een tijdje jetset te zijn. Met exposities en kunstbeursen “all over the globe” eindigt deze reis voorlopig in Friesland. Van Hemert: “ Ik werk in periodes afwisselend in beelden of schilderijen. Vanwege de productietijd van brons is er voor een expositie altijd een periode van zes tot acht weken waarin ik me concentreer op schilderen. De drempel om na een wasperiode weer te gaan schilderen is altijd hoog. Andersom niet, dat pik ik zo weer op. Ik denk dat het te maken heeft met de concentratie die nodig is voor schilderen, terwijl een beeld in was veel meer fysiek is. Je hebt iets bedacht en dat ontstaat dan vanuit en onder je handen. Alleen je ogen kijken om een beetje feedback te geven op wat je handen doen. Verf zit daarentegen meer in je hoofd”.

Kunstsalon

Van de vroegere galeries die zorg droegen voor een inkomen en een zonnige toekomst, is weinig meer over. Wij maken - zij verkopen werkt niet langer meer, dus heeft Van Hemert de kunstsalon in ere hersteld: koffie, wijn, een gezellige of diepzinnige kout te midden van schilderijen is erg bevredigend en ook leuk om gezichten van bewonderaars te zien. Aangezien Van Hemerts onderwerpen bijna altijd uit de eigen achtertuin komen, heeft de (on)eindigheid van het Friese landschap zijn plaats binnen het oeuvre gekregen, benevens bordjes met vis (lekker), parelhoenders (ook lekker), zijn geliefde windhond en kroelende vogelpaartjes. Het werk van Hemert is zowel traditioneel als van een eigen oorspronkelijke vitaliteit. Een vitaliteit die ook in zijn bulderen lach is te horen.

Auteur

Meintje Haringsma