Overweldigend aantal reacties op artikel Liedeke Hattink

WIJCKEL Naar aanleiding van het artikel over het onbekende wachtkamermeisje, Liedeke Hattink heeft de redactie van de Balkster Courant enorm veel leuke reacties gekregen die bestemd zijn voor de dochter en kleindochter van dokter Hattink. Herinneringen aan haar, aan haar sociale vader, mensen die vertelden dat de dokter hen had opgevangen en vaak ook raad gaf. Mensen die Liedeke haar broer hadden gekend, die iets vertelden over de gang van zaken in de praktijk. Maar vooral het menselijke aspect overheerste in alle verhalen, want menselijk was de arts zo mag wel blijken.

Nelly Leijten-Mous, nu woonachtig in Maastricht, was de laatste die haar herinneringen op papier zette. Zij schrijft:’Vanmorgen kreeg ik bovengenoemd artikel van mijn zus uit Gouda toegestuurd. Ik wil mijn herinnering aan dokter Hattink graag vertellen aan zijn dochter omdat ik ze wel bijzonder vind en ik niet weet of deze herinnering bij de familie bekend is. Dokter Hattink is altijd onze huisarts geweest. Ik werd als 9de kind geboren in een gezin met 11 kinderen. Mijn ouders hadden een fietsenzaak in Balk. De dokter vertelde mij eens: ”Aan jou heb ik mijn leven te danken.”

Hij vertelde het volgende verhaal:Op 4 augustus 1944 werd er in de van Swinderenstraat bij fietsenmaker Haantjes een zoon geboren waar dokter Hattink bij aanwezig was. Drie huizen verder, bij fietsenmaker Mous was er ook een bevalling gaande. De dokter had het druk en moest van het ene gezin naar het andere. Het noodlot wil echter dat de dokter tussen deze 3 huizen werd aangehouden door Duitse soldaten en mee moest. Dokter Hattink mocht uiteindelijk na veel praten naar de bevalling van mijn moeder, ik werd op 5 augustus 1944 geboren.’

Maar ze heeft meer herinneringen aan de dokter. ‘Als kind was ik elke winter ziek, toen ik 7 jaar was kwam de dokter weer eens en gaf de volgende medicijn: “Jas aan en naar buiten.” Dat hielp. Later kwam ik de winters door zonder noemenswaardige ziekteverschijnselen.’

Nog een herinnering: Toen ik 8-9 jaar oud was speelde ik bij een vriendinnetje. Op de een of andere manier bleef ik achter een roestige spijker hangen waardoor mijn oor er half af hing. Paniek en huilen natuurlijk. Eerst naar huis, theedoek er tegenaan en dan achterop de fiets met grote broer naar Wijckel. Het oor werd er door dokter Hattink zonder verdoving weer tegenaan genaaid en het hoofd in verband gewikkeld. Dokter zei dat ik flink was geweest en gaf me 2 handen vol met pepermuntjes. En dat in de vastentijd. Ik moest verschillende keren terug en had dat jaar mijn vastentrommel helemaal vol.’

Bordje

In de wachtkamer hing het bordje: ‘Al wa went is Frysk te sprekke, hoeght it hjir net te ferbrekke. Later heb ik een sticker met dezelfde spreuk op mijn naaimachine geplakt, het bracht mijn gedachten regelmatig terug naar het mooie Gaasterland.’