Lichting 64-2 komt elk jaar weer samen

WIJCKEL - Johannes Stegenga uit Wijckel stamt uit de tijd van de verplichte dienstplicht en is van de lichting 1964-1965.

Hij en zijn kameraden moesten nog 18 maanden in dienst en aan die tijd hebben ze zulke goede herinneringen dat ze nog elk jaar samen komen. Ook deze week staat er weer een reunie op het programma.

‘We waren met 13 man, helaas zijn er al 5 van overleden,’ blikt Stegenga vooruit op de reünie. Dat gegeven geeft deze gebeurtenis wel een rouwrandje op een dag die normaal gesproken ook veel plezier brengt. De mannen die 55 jaar geleden jonkies waren, zijn inmiddels senioren van 72, 73 en 74 jaar. Maar vergeten zijn ze elkaar nooit. En de meesten zijn ook nog heel ‘warber’. ‘Tijdens de reünie komen er natuurlijk verhalen boven. Maar we willen ook vooral weten hoe het met de anderen gaat. Dat heb je op onze leeftijd.’ Meestal vindt het weerzien plaats in de kazerne van Assen, omdat de heren daar ook met elkaar gestationeerd waren. Deze keer gaat het gezelschap eerst naar Veenhuizen om daar onder andere het gevangenismuseum te bezoeken. Daarna eten ze wel in de kazerne.

Stegenga zelf moest in Vught opkomen. Hij bleef daar de eerste 2 maanden en ging toen naar Venlo, waar hij de chauffeursopleiding volgde. Vanuit Venlo ging hij naar Assen, waar hij later ook de andere heren leerde kennen. Op de J.W.F. Kazerne om precies te zijn, de kazerne waar ze nu nog vaak samen komen. ‘Ik was nog maar een week in Assen toen me gevraagd werd of ik ook naar La Courtine in Frankrijk wilde.’ Voor die tijd best bijzonder voor zo’n jonge jongen. Maar hij besloot dat hij dat wilde en oefende 6 weken lang dag en nacht met andere landen in oorlogsvoering.

Heel wat anders

‘Wel heel wat anders daar dan in het vlakke Nederland,’ herinnert hij zich nog goed. Hij kreeg een speldje als 1 van de beste chauffeurs van de la Courtine tijd. Terug in Assen kwam hij bij het 43e infanterie Bataljon, bij het mortierpeleton. Organisator Wim Huissen schrijft daarover:

’Voor we in dienst gingen, hadden we nog nooit van mortieren gehoord. Dat veranderde na onze basisopleiding.’

In Assen werd de groep gevormd die later zo hecht bleek. Die hechtheid van een groep jongens uit het hele land ontstond niet omdat ze als soldaten nu allemaal dezelfde interesses hadden. ‘Nee, de een vond sport leuk, de ander muziek. En ik was vaak aan het ‘nifeljen’ in de kelder van het gebouw. En het was in het begin ook echt wel wennen om opeens in zo’n groep te moeten functioneren.’

Gezin

Na de diensttijd was het contact eerst overigens ook niet heel erg hecht. ‘Weet je, dan heb je je eigen gezin dat je aan het opbouwen bent. Maar toen we ouder werden, trokken we steeds meer naar elkaar toe.’ Zo schrijven de heren elkaar met kerst- en oud- en nieuw al jaren een kaart. Het startsein voor de jaarlijkse reünie kwam eigenlijk door een fietstocht van Wim Huissen. Die was in de buurt van Stegenga, vroeg of hij langs mocht komen en voila. Huissen maakte ook een boek over de gezamenlijke diensttijd dat iedereen kreeg en zorgt ieder jaar weer voor een samenkomst. Stegenga die graag mocht fotograferen en foto’s ontwikkelen, zorgde voor de nodige kiekjes. Die heeft hij ook bij de hand tijdens het interview. Maar ook bijvoorbeeld de brieven van zijn vriendin die later zijn vrouw zou worden. ‘In die tijd had je geen e-mail of een mobiele telefoon. Dan schreef je elkaar.’

De verwachting voor de komende reünie van Stegenga? ‘Vooral de verhalen van nu uitwisselen. Hoe het met iedereen gaat. Want iedereen heeft wel een kwaaltje en daar hebben we het over. En hoe jammer het is dat Toon Kosterman, Henk ten Tusscher, Joop Broekman, Piet den Ham en Harry Stavinga ons zijn ontvallen. Het is eigenlijk de belangstelling voor elkaar die ons nu vooral bindt.’

Natuurlijk komen ook de sterke verhalen van toen wel boven. Hoe Stegenga op kosten van de baas bijvoorbeeld zijn oude Mercedes V170 even volgooide vanuit de jeep die hij bestuurde. Of de avonden dat de jongens gingen stappen. Dat één van de maten die een groot Elvisfan was op de tafel stond te zingen. Dat 1 van hen hun de haren knipte, omdat ze weinig geld om handen hadden. En dat ze met min 13 in een trailer sliepen, de schoenen maar aanhielden maar het desondanks niet warm kregen.

Meintje Haringsma