Weromsjen yn Gaasterlân (423)

Rond 1832 stonden in de buorren van Wijckel twee herbergen. Eldert Tiezes Roskam staat achter de tap van de herberg het “Wapen van Gaasterland”, nu Jeen Hornstraweg 6. En Meine Roelofs Jongschaap (1799-1867) verkoopt zijn sterke drank in zijn winkel annex herberg, nu Jeen Hornstraweg 2.

Meine trouwt in 1826 met Fokje Foekes van der Werf van Tacozijl waar ze ook gaan wonen op nummer 41. Meine is werkman van beroep. Van 1829 - 1832 is Meine kastelein in genoemde herberg te Wijckel. Daarna winkelier te Lemmer, Blankenham en Kuinre. Zijn opvolger achter de tap is Hylke Herres Postma (1802-1860) volgens het bevolkingsregister 1849-1869. Maar bij de aangifte van de geboorte van zijn kinderen geeft hij steevast slager/vleeshouwer als beroep op. Na zijn overlijden in 1860 neemt zijn vrouw Jantje Martens Hofman (1813-1902) de taken achter de tap van hem over. Haar naam komen we dan ook tegen in het register van de gemeente Gaasterland ingesteld in het kader van de Drankwet uit 1881. Volgens dat register is de zuidoostelijk voorkamer met een oppervlakte van 20m2 de ruimte waar de borrels worden ingeschonken en genuttigd. In 1902 zet haar zoon Herre Postma de vergunning voort. Naast kastelein is hij ook veehouder, of andersom. Met zijn overlijden in 1914 stopt de verkoop van sterke drank op dit adres. Zijn vrouw Geeske van der Goot overlijdt in 1920. Veehouder en schoonzoon Fouke Bosma neemt het boerenbedrijf over.

Bij de foto: De voormalige herberg met schuur aan de Jeen Hornstraweg 2 in 1980 en een advertentie uit de Leeuwarder Courant van 13 november 1840.

Foto: archief gemeente Gaasterlân-Sleat , tekst: Johan Groenewoud

Reacties: info@langsdeluts.nl of telefoon 0514-604327