‘Dat je nog steeds blij bent als je elkaar ziet’

HEMELUM Laatst vroeg een kleinkind aan haar hoe het nu toch voelt om verliefd te zijn. Ze antwoordde dat je weet wat verliefdheid is als je altijd blij bent om de ander te zien. En dat ze voor haar kleinkinderen hoopt dat zij net zo eentje treffen als pakke beppe en beppe pake. En die verbintenis duurt in hun geval al 65 jaar.

En dat ze voor haar kleinkinderen hoopt dat zij net zo eentje treffen als pakke beppe en beppe pake. En die verbintenis duurt in hun geval al 65 jaar.

Het gevoel is gebleven. Vanaf het moment dat ze elkaar bij het schaatsen op het IJsselmeer ontmoetten, daar in die prachtige omgeving, tot nu 65 jaar nadat ze in het huwelijksbootje stapten. En ze weten nog als de dag van gisteren dat hij in de kerk beneden zat te lonken naar haar, terwijl zij boven achter het orgel zat. Zij nam haar taak als organist erg serieus, maar nam toch ook heel af en toe even een kijkje.

En toen ze eenmaal een paar waren, zat hij vanaf toen daarboven naast haar. Zorgde ervoor dat zij de juiste bladmuziek voor zich had liggen. Altijd gedaan, prachtig om samen te ervaren. Soms kriebelt het trouwens nog steeds wel om weer eens achter dat grote kerkorgel plaats te nemen. ‘Maar daarvoor moet je van die smalle trappetjes op. Dat doen we dus maar niet meer,’ lacht ze.

Het echtpaar De Vries vierde dat fantastische 65-jarige samenzijn met kinderen, kleinkinderen en overgrootkinderen. Hun nog steeds grote geluk wordt en werd echter wel overschaduwd door het overlijden van 1 van hun dochters (er werden 2 zoons en 2 dochters uit het huwelijk geboren) nu zo’n 8 jaar geleden. ‘Bij elke belangrijke gebeurtenis is zij er niet bij. Dan missen we haar. Maar het doet ons naast ons eigen verdriet ook heel veel verdriet dat haar kinderen al die belangrijke gebeurtenissen niet meer met hun moeder kunnen delen.’

Geen uitspattingen

Het zijn geen mensen van de grote dingen, vertelt zij (86). Zij en haar man (92) houden vooral van gewoon. Niet van uitspattingen. Van die prachtige omgeving waar ze wonen vlak bij het IJsselmeer. Van de Mokkebank vlak bij huis. Van de bloemen in de tuin en in huis. Van het boeket dat ze kregen van de gemeente, toen de burgemeester al lang weg was. Van het bezoek van de burgervader zelf. Hij is verder gek van dammen, zij dus een verwoed organist. ‘Ik speelde van mijn 18e tot mijn 81e in de kerk.’ Soms zeggen andere mensen in hun omgeving dat ze op reis gaan naar een verre bestemming. Voor hen hoeft dat niet. Ze hebben alles wat ze willen in hun eigen omgeving. Daarom waren ze ook zo tegen die zandwinningsplannen. ‘Dit hier is ons heilig. Het is hier zo prachtig, dat moeten we zo houden.’

En het mooie is ook, de plek waar ze nu wonen, ligt op loopafstand van waar ze elkaar hebben ontmoet die eerste keer. Gewoon lekker dichtbij. Ook hun leven kent een zekere eenvoudige regelmaat. ‘We staan om 7 uur op en doen ‘s middags even een knipperke. We zijn echt mensen van de eenvoud.’

Overigens wonen ze nog steeds zelfstandig. Met enige hulp hier en daar, maar verder kunnen ze hun eigen bedoeninkje heel goed bij elkaar houden. ‘Je merkt dat je wat trager wordt, alles gaat wat minder hard. Maar dat geeft niks, we zijn blij met alle mooie dingen in ons leven. En dat we het nog mogen beleven dat ze nog samen zijn na 65 huwelijksjaren, ook daarvoor zijn we enorm dankbaar. Dat zouden we iedereen gunnen. Want we weten als geen ander dat dat niet vanzelfsprekend is. ‘

Het geheim van hun huwelijk is volgens hen eigenlijk heel eenvoudig, hoewel ze daar niet eens zo duidelijk over na hebben gedacht. ‘Elkaar wat toegeven en vrij laten.’ Maar er is ook het gevoel dat ze altijd hebben gehad dat ze niet lang zonder elkaar kunnen. ‘Als we ergens zijn en we zien elkaar te lang niet, dan zoeken we elkaar heel snel weer op.’ Ruzie hebben ze dan ook niet. Nooit gehad ook. ‘Het was gewoon altijd goed en dat is het nu nog steeds. Ook toen we samen op de boerderij woonden en werkten en we 24 uur bij elkaar waren. ‘

Zo’n 40 jaar waren ze boer. Eerst op een kleine boerderij in Mirns. Toen nog zo’n 30 jaar in Laaksum. ‘En nu wonen we al weer 28 jaar in Hemelum, waar onze kinderen, 7 kleinkinderen en 11 achterkleinkinderen ook graag komen.’

Op hun trouwdag was zelfs de jongste hummel aanwezig en die is nog maar 4 weken. ‘Onze kleinkinderen en achterkleinkinderen wonen her en der verspreid door het land, maar we zien ze vaak. Ook daar zijn we heel dankbaar voor.

Dat we dit alles samen mogen beleven, dat is gewoon heel mooi.’

Meintje Haringsma