Weromsjen yn Gaasterlân (432)

In 1887 koopt Meine Meinesz de molen en de woningen op de “Molenpolle” aan de Lytse Side in Balk.

Jonkheer van Swinderen sluit in datzelfde jaar de stoomfabriek op de Ymedam tussen Warns en Molkwerum. Een groot deel van de machines verhuist naar Balk. Ook een aantal werknemers vestigt zich in Balk. Dat waren Gijsbert Hendriks Koelstra (1841-1902) en mijn bedovergrootvader Johannes Jacobs Groenewold (1825-1890).

Twee zonen, te weten Jan Groenewoud (1861-1931) en Roelf Groenewold (1855-1921), werkten als olieslagersknecht op de Ymedam en krijgen in Balk dezelfde functie. Hendrik Sjoerds Haantjes (1848-1926), arbeider op de Ymedam, verhuist in 1881 al naar Balk en krijgt daar werk als machinist. Waar is niet bekend.

Onder en bij de molen liet de vorige eigenaar Hendrik Nijmeijer rond 1883 al een aantal houten schuren bouwen.

Met de komst van de machines uit de Ymedam is uitbreiding noodzakelijk. Dat gebeurt in 1888 en 1889. De molen is overbodig geworden en gaat in 1898 per platbodem over de Zuiderzee naar Den Hulst in de gemeente Dalfsen aan de Dedemsvaart. Onderdelen van de molen gaan al veel eerder in de verkoop

Door de groeiende industrialisering vindt de regering het nodig om de Arbeidsinspectie op te richten vanwege de veiligheid en de werkomstandigheden van de arbeiders. En om kinderarbeid tegen te gaan. In dat jaar volgt een inventarisatie van alle fabrieken en werkplaatsen in Nederland. De Volharding in Balk staat als volgt omschreven: Olieslagerij, schorsmalerij, graanmalerij en smederij. In de fabriek werken 16 mannen van 18 jaar en ouder, 2 jongens in de leeftijd tussen 16 en 18 jaar en 1 jongen tussen de 14 en 16 jaar. Gedurende zes maanden van het jaar een dubbele ploeg. Veelal nachtwerk. De arbeiders beginnen ’s morgens om 06:00 uur en gaan door tot 20:00 uur ’s avonds. Tussen de middag 1 uur pauze. Dus een werkdag van 13 uren. Op zondag wordt er niet gewerkt. In de fabriek staan 3 krachtwerktuigen met stoomaandrijving van 1 stoommachine met een vermogen van 14 pk. Volgens het rapport is er voldoende daglicht in de fabriek en is de hygiëne goed. Kunstlicht door middel van petroleum.

Bij de foto: het kadastrale netteplan uit 1887 met op nummer 623 de fabrieksgebouwen en de nummers 620, 621, 622 de woningen. Advertentie uit de Leeuwarder Courant van 18 juni 1889.

Foto: www.delpher.nl, www.hisgis.nl tekst: Johan Groenewoud

reacties: info@langsdeluts.nl of telefoon 0514-604327