‘Als jullie afmaken waar je mee bezig bent, maak ik de achterzaal eerst af’

NIJEMIRDUM - ‘Als jullie even afmaken waar je mee bezig bent, maak ik de achterzaal eerst wel even af.’ Die memorabele woorden sprak Klaas Rienstra toen hij na een schoolfeest een vrijend paar aantrof achter de gordijn.

Een lachsalvo ging door de zaal toen deze woorden in herinnering werden gebracht tijdens het afscheid van Klaas en zijn vrouw Harmke van het dorpshuis Nijemirdum. Het kenmerkt Klaas zo blijkt. Hij blijft rustig, maakt zich niet snel druk, maar staat wel voor wat hij moet doen. Soms op heel eigen wijze dat wel. ‘Tijdens de verkiezingen kwam iemand binnen die vond dat er iets anders was dan anders in het stemlokaal. Bleek later dat Klaas de stemhokjes op de kop had neergezet.’

Het echtpaar gaf in 2017 al aan met het dorpshuis te willen stoppen in 2019. . Het dorp dacht toen ‘och dat duurt nog wel even’, maar afgelopen zaterdag was het dan echt zo ver. Maar liefst 42 jaar zorgde het paar ze voor alles wat zich in het dorpshuis afspeelde. Klaas die oorspronkelijk metselaar was, kreeg een ongeluk met zijn bus en moest iets anders doen. ‘En die maatschappelijk functie was hem op het lijf geschreven.’ De Rienstra’s hadden het in het begin nog rustig, maar kregen steeds drukker. ‘Maar dat was ook aan hen te danken,’aldus Postma in een overvolle zaal dorpelingen, sporters en fans van het echtpaar. Dat ze zoveel fans hebben, is niet vreemd vond hij. ‘Klaas kan omgaan met iedereen. Met iemand van 8, maar ook met iemand van 80.’ En ze dachten mee. Zo bedacht Klaas al in 1982 dat er een biertap moest komen. ‘Dat werd een hele strijd binnen het bestuur. Sommigen dachten dat het daarmee één groot Sodom en Gomorra ging worden. Maar de grootste tegenstanders, waren later niet meer bi j de tap weg te slaan,’’ vertelde hij.

‘En Klaas en Harmke deden ook altijd catering aan huis. Met hun wereldberoemde saté. Maar de soep is ook wel eens door de kofferbak gesjeesd. Die smaakte daarna wel wat vreemd.’ En, zo herinnerde Postma zich: Die catering kon volgens hen altijd maar net uit.’

Harmke vertelt vervolgens uit haar grote boek die ze uit een big shopper haalt, over hoe bij de eerste keer de wc’s schoonmaken de tegels al uit de wand vielen.

Maar ook hoe een stel door de houten vloer zakte, dat mensen hun eigen eten meenamen (‘tassen vol’) en hoe ze in 1984 al 80 bruiloften te verstouwen hadden. ‘Het was altijd tjokvol, het leek wel alsof ik alleen nog maar aan het afwassen was.’ Maar ook dat er blokjes kaas en pinda’s werden geserveerd en broodjes zonder schoteltje op tafel kwamen. ‘Dat scheelde weer afwas.’ Maar ook dat ze de sleutel van de Vegé hadden omdat het dorpshuis zelf geen koeling had en ze daar de spullen weg mochten halen. En dat Klaas bedacht dat ze wel een feest in het weiland konden organiseren, maar zij alleen dacht aan al dat werk. Dat de boekhouding op een kladblokje werd geschreven en de fiscus daar niet blij mee was. ‘Klaas had alleen inkomsten en uitgaven. En zaken werden met elkaar verrekend als hij iets nodig had en de ander hier wat kwam drinken. En dat leverde hen dus een fikse naheffing op .

Ook op andere gebieden was het soms moeilijk. Klaas liep een ziekenhuisbacterie op in het ziekenhuis en daar zat zij: met 4 kleine kinderen, een huis dat in de steigers stond en een dorpshuis dat gerund moest worden. ‘Klaas zei bovendien nooit nee, maar dat bezorgde mij dan weer extra werk. ‘ En zo vertelt ze ten slotte:’Ik ben eigenlijk echt de uitbater van het dorpshuis, want alles staat op mijn naam.’

Meintje Haringsma