Weromsjen yn Gaasterlân (435)

Wiebe Pieters Hofstee (1826-1883) was oorspronkelijk boer te Schoterdijken en Doniaga. Van 1864 tot 1869 was hij logementhouder op de Galamadammen onder Koudum. In mei 1870 gaat het gezin wonen op Jachtlust te Wijckel. Het bevolkingsregister 1859 - 1879 vermeldt geen verhuizing van Hofstee in de periode 1870-1879. De familie Hofstee staat vanaf 1880 in het bevolkingsregister en ook in het register van de drankwet ingeschreven op Boswijck tegenover Jachtlust. Toch denk ik dat Boswijck voor 1880 is gebouwd. De kadastrale splitsing van het bosperceel is geweest in 1873. Meestal wordt zo'n splitsing één of hooguit twee jaar na de werkelijke splitsing administratief vastgelegd. Boswijck zou dan gebouwd zijn in 1872.

Van mei 1870 - mei 1871 stond Wiebe Pieters Hofstee achter de tap op Jachtlust. Andries Ketelaar volgde hem op en kocht Jachtlust in januari 1872 en verkoopt het weer in 1874 aan jonkheer van Swinderen. Johannes Jacobus Rudgers gaat er wonen. Wiebe Pieters Hofstee verhuist met zijn gezin naar de overkant. Op het bosperceel eigen aan Renemann liet hij Boswijck bouwen. Na het overlijden van Wiebe in 1883 staat zijn vrouw Korneliske Oosten achter de tap. Van 1896 – 1906 hun zoon Pieter Hofstee. In 1906 gaat de herberg in verkoop. Jan van der Weg wordt dan kastelein en van 1916 – 1918 zijn weduwe, Antje Louwsma. Reinder van Veen is de volgende kastelein en in 1939 kwam Herre Stegenga. Na de oorlog was het een komen en gaan van uitbaters, waarvan ik Jan en Tine Bruijgoms nog wil noemen. In het boek “Ei sjuch it doarpke Wikel..” staat uitgebreid beschreven wie er achter de tap stonden in die periode.

Prentbriefkaart: Melle van der Goot, tekst: Johan Groenewoud

reacties: info@langsdeluts.nl of telefoon 0514-604327