Het levenswerk van Trijntje Beimers zien

IT HEIDENSKIP Terwijl op het Bildt, de geboortestreek van Trijntje Beimers, met grote machines de oogst van aardappels, uien, suikerbieten, snijmais, grasgewas door ging, vertrokken 7 mensen uit een nat koud Nederland naar een droog warm Tanzania. Onder hen Pytsje Kampen uit It Heidenskip. Het gezelschap bezocht datgene wat de Friese verpleegkundige Trijntsje Beimers heeft gestart. Twee missieposten in een zuidwestelijke uithoek van Tanzania: de Rukwa Provincie. Gesticht in 1967 (Kilangala) en 1977 (Kantembo). Trijntje werkte er vervolgens haar hele leven. Het zijn gemeenschappen, van betekenis voor een wijde regio. Ze bieden gezondheidszorg en vaktraining, vangen moederloze baby's op, en verkondigen het evangelie. En dat laatste was volgens Trijntje Beimers het allerbelangrijkste.

Vanuit Friesland en ook vanuit Canada kwam er financiële steun en waren er vele warme contacten. En dat bleef zo, ook na Trijntje's dood in 2006. Nu zetten de Stichting Trijntje Beimers (STB) en het Zeister Zendingsgenootschap (ZZg) zich samen in voor de ontwikkeling van de missieposten, met als einddoel zo groot mogelijke financiële onafhankelijkheid. Bij Kilangala zijn nog twee andere Nederlandse stichtingen betrokken: ProTanz bouwt er een basisschool en SOLKO stimuleert de landbouw.

De groep van 7 mensen betrokken bij dit initiatief, wil graag met eigen ogen zien, wat de stichting doet en hoe het er reilt en zeilt. Pytsje Kampen en medegezel Trynke Buma-Reitsma en zij schrijven daarover:’Het gevoel uit een tijdmachine te stappen. Geen sloten, hekken of erf-afscheidingen op het platteland. Koeien hoeden is gewoon. Koken op houtvuur, wassen op de hand, water halen bij de pomp, het meer of de rivier. Mensen in kleurige kleding, waar mode tijdloos lijkt. Souvenirs, speelgoed, free wifi, plaatsnaamborden, wegwijzers, items van een andere planeet. In de dorpen lijken kippen, geiten en varkens ongehinderd rond te kunnen scharrelen. Elke woning heeft een eigen akkertje, wat zaaiklaar ligt of waar men met hak of ossen-ploeg bezig was. Bananenbomen, avocado-bomen, onbekende vruchtbomen.’

De vrouwen verbazen zich ook over baby’s op moeders rug in plaats van in een kinderwagen. Maar ook over dat vrouwen 20 liter water op hun hoofd dragen, of een schaal voedsel of zak meel of stapel stenen. ‘Onvoorstelbaar wat ze allemaal op fietsen en brommers weten te vervoeren. Ossen voor de ploeg. Winkeltjes van 10 a 15 m2 bij de doorgaande weg. Onderwijs een gunst ,GEEN recht voor ieder kind.’

Dicht bij de natuur en wie is er nu arm?

‘In Katembo en Kilangala leven ze dicht bij de natuur. Er wordt veel samen gedaan. Veel momenten van ontmoeting. A capella zingen door jong en oud, puur en zuiver. Onderwijl lenig dansend, ook door jong en oud.’De groep vraagt zich af daar op die bijzondere plekken: ‘Wie is er nu eigenlijk arm ? Zij met wat ze niet-hebben ? Of wij met waar-we-niet-zonder-kunnen ?’

Dan bekijken ze de goede doelen waar geld uit Nederland aan wordt besteed. ‘De ambulance wordt goed op gepast en redt levens. Het ziekenhuis van Kilangala heeft nog steeds een belangrijke regionale functie, maar is afhankelijk van de Nederlandse giften. Door betere gezondheidszorg is het babyhuis van Katembo niet-vo. En dat is vooruitgang. Jammer alleen dat niet elk kind onderwijs krijgt. Door de schooluniformen is pijnlijk duidelijk wie dat voorrecht genieten. Mooi om te zien is wat de leerlingen van de ambachtsschool creëren en repareren. Het landbouw-project met de uitdaging van nieuwe gewassen en weren van vee bij de nieuwe plantjes.’

En dan staan ze bij en bezoeken ze het museum van Tryntje Beimers en haar graf. ‘Vervolgens zijn we te gast bij de jaarlijkse VTC certificaat-uitreiking en mogen we de gereedschaps-pakketten overhandigen aan de 2de jaars studenten. Een schitterende ceremonie met glunderende studenten en blije ouders. Het afscheid dat volgt is met zang, dans en veel lekker eten. Enkele weken zijn we zeer gastvrij ontvangen in Tanzania, Katembo en Kilangala . Hopelijk werken de missieposten nog vele jaren door, maar daar heeft GOD voorlopig wel de helpende handen uit Canada en Nederland bij nodig. We zijn dankbaar. Dankbaar dat we zoveel bijzondere mensen hebben ontmoet.’