Meubilair ‘t Hazzeleger naar Gambia

Balk - Alle schoolmeubilair uit daltonschool ‘t Hazzeleger in Balk werd vrijdag in een container geladen. In Gambia krijgt het afgeschreven spul een tweede leven. In de kerstvakantie wordt de school gevuld met gloednieuwe stoelen en banken.

‘Ja wol wat wrang as’t it sa besjochst’, zegt directeur Greetje Veenstra. ‘Mar wy binne blyd dat de stuollen en banken in twadde libben krije. Dat is better dan dat it op it stoart belânet.’ In totaal verdwenen 125 leerlingensetjes in de container en nog eens 25 stoeltjes en werktafels uit de kleutergroepen.

Naast de stoelen en banken vulden de leerlingen schoenendozen met materiaal voor in het schoolvak. ‘De bern ha de doazen fuld mei pennen en schriften, sadat it fak net leech bliuwt’, vertelt Veenstra.

Douwe en Gerry Helfrich uit Dronryp waren vrijdag in hun nopjes met de hulp van de leerlingen en ouders bij het inladen van de vracht. Zij zorgen dat de container op zijn bestemming komt. Een reis naar Zuid-Afrika zette ze in 1999 op het spoor om afgeschreven schoolmeubilair uit Nederland in Afrika een tweede leven te geven. Ze waren geraakt door de erbarmelijke omstandigheden op scholen en besloten overtollig schoolmeubilair uit Nederland naar de townships te sturen. Inmiddels zijn ze 200 containers verder.

Townships

Het liep wat anders die vakantie, weet Douwe Helfrich nog. Het was een prachtige vakantie, maar wel eentje die thuis nog lang bleef nagloeien. Vooral de aanblik van kinderen in de townships in Port Elizabeth die les kregen in lokalen zonder meubilair en met amper schoolspullen als schriften, boeken en pennen. Helfrich, toen in dienst van het Friesland College, wist dat er geregeld schoolmeubilair werd vervangen. Zou het niet mooi zijn...

En dat was het. Met hulp van hetzelfde Friesland College en de Zuid-Afrikaanse ambassade gingen in februari 2000 de eerste vijf containers voornamelijk vol meubilair naar Zuid-Afrika. Later werden de ruimtes tussen de stoelen, tafels en kasten in de container volgestopt met speelgoed, linnengoed, gereedschap en spullen voor scholen en kliniekjes in Zuid-Afrika.

Douwe en Gerry Helfrich - inmiddels 77 en 70 - richtten in 2000 de Stichting Townships South-Africa op. Ze wilden doorgaan omdat hun actie op veel sympathie kon rekenen en de behoefte groot was. Aanvankelijk kwam het meubilair alleen uit Friesland, maar inmiddels uit heel Nederland. Van Enschede tot Tilburg, en van Sittard tot Delfzijl. Dankzij giften en een sponsor kan de stichting alle transportkosten voor haar rekening nemen. ,,Skoallen binne sa bliid dat wy dit dogge, oars giet alles nei de stoart’’, zegt Douwe Helfich.

Gambia

De Rypster weldoeners gingen geregeld naar Zuid-Afrika om bij te praten met hun vaste contactpersoon, en om te zien waar de spullen terecht waren gekomen. Twee jaar geleden is hun vertrouweling om het leven gekomen. Sindsdien zoeken ze naar een vervanger. ,,Mar dy hawwe we noch net fûn. It moat beslist fertroud wêze, dat no giet alles earst nei Gambia.’’

Want tijdens een vakantie in 2014 herhaalde de geschiedenis zich. Daar raakten ze in gesprek met een Nederlandse vrouw die de bevolking hielp bij het bouwen van scholen. Alleen... het meubilair ontbrak. Tsja... Inmiddels is al menig container naar dit Afrikaanse land gegaan. ,,It giet mar troch, mar sa mâl as dit jier hawwe we it noch noait meimakke: 40 containers yn ien jier.’’

Feestje thuis

De teller komt daarmee op 200 containers. De stichting draait zo langzamerhand als een geoliede machine. Scholen die meubilair beschikbaar stellen, melden dat bij Helfrichs die voor een container zorgen. Zelf zijn ze bij het laden, want dat moet efficiënt en correct in verband met de douane. Omdat ze al die jaren met transportbedrijf Niek Dijkstra in Heerenveen en rederij Safmarine in Rotterdam zijn blijven werken gaat het vervoer van een leien dakje. Op 31 oktober werd in Almelo en Ruurlo de 200ste container geladen. Een mijlpaal die gevierd moet worden met een klein feestje voor vrijwilligers bij deRypsters thuis. ,,It komt har ta, want wy kinne altyd in berop op har dwaan. Foar ús is it in foarrjocht dat wy dit dwaan meie. We kinne gewoan net wurch as wy mei dit wurk bezich binne. En we gean dêrom moai troch!’’

Uultsje Talsma