Document over Foppe Visser werd heel boekje

WARNS De Foppe Visser Stichting beheert al jaren de nalatenschap van Foppe Visser uit Molkwerum die een perceel land en een gebouw achterliet. Van de opbrengst van de verkoop van het gebouw kunnen mensen uit Warns en Molkwerum mooie initiatieven ontplooien of verder ontwikkelen. Daar wordt weliswaar weinig gebruik van gemaakt, maar het fonds is er. Maar wie was Foppe Visser eigenlijk? Wilma Deurloo schreef een boekje over hem, nadat ze diverse mensen interviewde die hem hebben gekend.

Wilma is niet geboren in Warns, ze kwam er in 2008 wonen. In 2011 publiceerde ze haar boek 'Ik zou een leuke oma zijn; verhalen van kinderloze vrouwen in de omaleeftijd'. Dat bleef niet onopgemerkt in het dorp. Al snel kreeg ze de vraag of ze voor de Warnser Poarte mensen zou willen interviewen. En zo geschiedde. Haar verhalen werden en worden grif gelezen. ´´Mensen zitten altijd op het krantje te wachten.´´ Het interviewen van al die mensen had een mooi bijkomend voordeel:´´Het werd allemaal heel persoonlijk en ik raakte op die manier heel goed ingeburgerd. Ik leerde mensen kennen en zij leerden mij kennen.´´

Toen het bestuur van de Foppe Visser Stichting dan ook het plan had opgevat om een document te maken over de naamgever van de stichting, vroegen ze Wilma dat te doen. Er lang over nadenken hoefde ze niet. ´´Ja, dat vond ik direct een heel leuk plan. De opdracht was om uit te zoeken wie de man was. Maar toen ik eenmaal bezig was, vond ik het zo leuk dat ik er niet meer mee kon stoppen.´ Het document werd een boekje. Met herinneringen aan en interviews over Foppe, gelardeerd met allerlei foto´s.

Dat de Foppe Visser Stichting is ontstaan, heeft alles te maken met de huidaandoening waaraan Foppe leed. Om die te bestrijden mocht hij in het Groene Kruis gebouw elke week onder de hoogtezon. Bij het Groene Kruis werkte zuster Slump als wijkverpleegster. Haar naam komt regelmatig voor in het boekje, zij was een rode draad in zijn leven. Ze keek naar hem om, eigenlijk een groot deel van haar werkzame leven. En hij waardeerde dat. Zo zeer zelfs, dat hij daarom een deel van zijn bezittingen aan het goede doel schonk waar zij lang aan verbonden was. En alsof het zo had moeten zijn, was diezelfde zuster Slump bij hem toen hij het aardse leven verliet. De wijkverpleegster was toen inmiddels directrice geworden van een verzorgingshuis in Koudum waar Foppe de laatste 2 jaar van zijn leven woonde.

Wilma:´´ Wat verder vooral in het boekje naar voren komt is dat Foppe een beetje een einzelgänger was. Een alleenstaande man die heel lang alleen met zijn moeder leefde in een huisje met heel weinig luxe. Zijn vader – die smid was - overleed in 1926 en Foppe zette daarna de smederij voort. Maar hij was ook fietsenmaker. Dat was hij eigenlijk liever dan smid. Want de paarden die hij moest beslaan, waren ook vaak best wild en dat vond hij best spannend. Zijn moeder hielp hem daarom ook vaak met dat werk.´

Opvallend was verder dat Foppe naast fietsenmaker ook fietsenhandelaar was. Dat betekende in de praktijk dat er in de voorkamer altijd 1 fiets van Batavus stond. Werd die verkocht, dan kwam er een nieuw exemplaar te staan. En verder had Foppe een boekje van Batavus liggen, in het geval mensen daar een fiets uit wilden kiezen.

Als het op geld aankwam, dan was hij heel duidelijk: Mensen kregen eens per jaar een rekening. De nota´s schreef hij met de hand en het geld kwam hij dus eens per jaar bij hen ophalen.

Een beetje een rauwe man

Uit alle verhalen die de schrijfster optekende bleek wel dat Foppe Visser een beetje een rauwe man was. Onbeholpen misschien. Wat minder sociaal ingesteld. Terwijl hij wel weer heel nadrukkelijk deel uitmaakte van het dorpsleven. Zo speelde hij bugel bij het muziekkorps, zat hij graag op de leugenbank te zwetsen met de andere mannen en dronk hij graag een glaasje in de kroeg. Maar als hij ergens geen zin in had, was dat ook overduidelijk. ´Kinderen die naar school in Koudum fietsten, gingen met een lekke band altijd naar hem toe. Dan begon hij vrijwel meteen te schelden en zei steevast dat hij geen tijd had. Maar als ze ´s middags uit school kwamen, was de band altijd weer geplakt.´ Een andere anekdote gaat over jonge mannen die zich in de winter in de smederij graag opwarmden bij het vuur. ´Dat mocht dan een tijdje en dan was hij het opeens zat. Dan zei hij dat ze moesten opdonderen.´

Tegelijkertijd was Foppe iemand die geen vlieg kwaad deed. ´Het beeld dat naar voren kwam, was dat hij een beetje nors kon zijn. Een oude vrijgezel die een beetje wonderlijk was. Die nog woonde in een huisje zonder stromend water en wc, maar een hûske in de tuin had staan.´ De foto´s in het boekje onderschrijven dat beeld. Daarop onder andere ook zijn moeder die altijd in een zwarte jurk liep met een wit kapje op het hoofd. De moeder die in 1949 overleed, toen hij 54 jaar was. Vanaf dat moment woonde Foppe alleen in het laatste huisje van het dorp. Dit huisje bestaat overigens nog steeds. De schrijfster van het boekje heeft de eigenaresse daarvan meerdere malen bezocht en er is zelfs een warme band tussen hen ontstaan. ´Ze is inmiddels bijna 90, maar toen ze het kocht heeft ze het helemaal laten opknappen. Maar wel zo dat het weer terug is gebracht in de oude staat. Ook dat laten we zien met foto´s. ´

Alle andere mooie verhalen over Foppe staan in het boekje dat mede door de hulp van Djoeke Melchers tot stand is gekomen. De Foppe Visser Stichting heeft daarnaast toegezegd dat alle inwoners van Warns en van Molkwerum het boekje gratis in de bus krijgen. Eerder zou een officiële presentatie plaatsvinden in de kerk van Molkwerum. Helaas kwam daar de Corona uitbraak tussen, dus dat ging niet door. ´Het ziet ernaar uit dat we over 2 maanden die boekpresentatie nog niet kunnen doen, dus is in overleg met de voorzitter van het bestuur van de Foppe Visser Stichting besloten de presentatie te annuleren en het boekje binnenkort te verspreiden´, stelt Wilma.

Wie geïnteresseerd is in de verrichtingen van Foppe kan het boekwerkje binnenkort kopen bij Wilma Deurloo in Warns en bij Museum het Bakkerswinkeltje in Molkwerum voor het luttele bedrag van 3 euro. En Wilma? Die zit erover te denken of ze ook niet een boekje moet gaan schrijven over Janke Tromp, een andere belangrijke persoon uit Warns. ´Misschien moet ik ook uitzoeken hoe het allemaal met haar zat. Want dat vind ik leuk. Ik houd van projecten, ik houd van schrijven.´

Meintje Haringsma