Trijntje Draijer-de Vries viert 106e verjaardag

BALK „Lang zal ze leven, lang zal ze leven.” Het draaiorgel onthaalt een verbaasde Trijntje Draijer- De Vries in de tuin van De Skou waar ze woont. Want ja, het is haar verjaardag dinsdag en ze heeft de respectabele leeftijd van 106 jaar bereikt. Door de Corona leek er niets mogelijk, maar haar kinderen wilden toch dat deze dag niet zomaar voorbij zou gaan. Ze huurden een draaiorgel in, de buren versierden alle balkons en er was koffie met taart in de tuin. Op 1,5 meter afstand. Maar wel met kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen.

„Prachtig,” zegt ze daarover. „En de hele Skou heeft er zo ook iets aan.” Dat deze verrassing haar stond te wachten, wist ze niet. „Het is zo’n rare tijd. Ik dacht dit wordt niks. Wel wist ik dat de kinderen kwamen, maar niet dat ze dit allemaal hadden georganiseerd.”

Ze vindt de tijd momenteel dramatisch. „Dat ik dit op mijn leeftijd nog mee moet maken. Ik mag de kinderen niet aanraken, ze mogen veel minder komen. Ik vind het heel erg en helemaal niet leuk.” Het verzorgend personeel maakt alles nog wat draaglijk voegt ze daar wel aan toe. „We worden hier echt heel goed geholpen. Maar dat je niet meer bij elkaar mag zijn, vind ik zo jammer. Wie dat ook bedacht heeft! Maar dit draaiorgel vond ik prachtig.”

De jarige is de oudste van de gemeente en staat op nummer 2 als het gaat om de provincie. „Dat scheelt maar een paar dagen, maar ik ben toch niet de oudste van Friesland.” En hoe het komt dat ze zo oud is geworden? „Het wordt me gegeven. Ik heb er niet om gevraagd, maar ik krijg het gewoon.” Wel heeft haar vader ook de respectabele leeftijd van 93 bereikt. En zijn 2 van haar zussen 95 en 97. „Maar mem is maar 60 geworden.’

Ze denkt dat hard werken en veel voor anderen doen ook geholpen heeft met het bereiken van deze hoge leeftijd. En ze heeft niet alleen een bijzondere leeftijd bereikt, ze is ook altijd nog redelijk gezond en heel erg bij de tijd. Alleen haar ogen zijn een probleem. Ze ziet niet veel meer. Maar herkent wel veel mensen op stemgeluid.

Draijer werd geboren in Oosterzee en groeide er ook op. Ze komt uit een arbeidersgezin van zes kinderen en had twee broers en drie zussen. Alleen 2 zussen leven nog. Zelf vindt ze dat ze een mooie jeugd had die ze veel buiten doorbracht. Ze speelde veel, fietsen en touwtje springen waren haar hobby’s. Veel meer was er ook niet, ze hadden niets, waren arm en sliepen in de bedstee. „Soms lagen we met zijn drieën overdwars in een ledikant.” Een van haar broertjes verdronk in de sloot toen hij drie jaar was. Met hulp van de buren werd dit verwerkt, want psychische hulp was er toen nog niet.

Draijer was al op jonge leeftijd aan het werk. Op haar 12e ging ze al uit huis om in diverse gezinnen in de huishouding te werken. Ze startte in een hotel in Oosterzee met schoonmaken en afwassen. Op haar 19e ontmoette ze haar man Hendrik Draijer. Gewoon tijdens het fietsen op straat. „We hadden vier jaar verkering voordat we trouwden. Bij vriendinnen hield de verkering geen stand, bij ons gelukkig wel. We woonden in Woudsend – dat is echt mijn plekje - waar ons gezin werd verblijd met drie kinderen, twee zonen en een dochter. Mijn man stierf 26 jaar geleden, we waren toen 55 jaar getrouwd.”

Samen eten

Sinds 21 jaar woont Trijntje in de Skou, waar ze het enorm naar de zin heeft. ,,De zusters passen goed op mij, ze helpen me bijvoorbeeld met mijn medicijnen, want ik zie niet meer zo goed. En in de ochtend zetten ze mijn ontbijtspullen klaar en in de avond weer mijn bordje voor het avondbrood. Zelf was ik nog wel mijn spullen af. De rest doet mijn werkster die eens in de week komt. Met haar ben ik erg blij.” Het warme eten doet ze samen met de andere bewoners van de Skou. „Dat is gezellig. Altijd al, maar nu helemaal, nu er zo weinig contact met de buitenwereld is.” En samen met een buurvrouw zorgt zij er persoonlijk voor dat alle bestek schoongepoetst wordt na de maaltijd. En thuis wast ze ook haar eigen kopjes en bordjes af. Verder haakt ze af en toe nog wel. „Breien doe ik niet meer, want dat lukt niet meer met mijn ogen. Maar ik heb bergen met sokken gebreid, toen dat nog kon. ”

Veel buiten komt ze ook niet meer, maar lopen kan ze nog wel. Met de rollator weliswaar, maar dat lukt allemaal nog wel. Dat komt misschien ook door de schoenen die ze draagt. Speciaal aangepast, best duur, maar fantastisch om in te lopen. „Ik heb ze aangetrokken en nooit meer uitgedaan.” Verder wil ze er altijd uitzien als door een ringetje te halen. Lekker fris gewassen, het haar altijd goed, mooie kleren aan. En altijd een parelketting om. Maar geen make-up. Daar houdt ze niet van. „Dat heb ik niet eens.”

De rest van de tijd besteedt ze aan televisie kijken. En tot voor kort was er met een schare kleinkinderen en achterkleinkinderen en een nieuw achterkleinkind op komst altijd wel iemand die bij haar op bezoek kwam. In de tuin is het dan ook beppe voor en beppe na. ,,Toen we nog wat jonger waren deed ze altijd spelletjes met ons, ze bakte pannenkoeken en we maakten vla-flip. En als een van ons ziek was kwam ze speciaal met de bus om op te passen. Ze was altijd heel lief en verzorgend.”

Dat er om haar heen steeds weer mensen wegvallen vindt ze wel moeilijk. En aan deze Coronatijd kan ze niet echt wennen, ze vindt het verschrikkelijk. Maar haar verjaardag met al het bezoek heeft haar goed gedaan. „En ik hoop dat deze regels snel weer veranderen en we elkaar dan weer mogen zien.

Meintje Haringsma