Doede de Vries 40 jaar volleybalscheidsrechter, maar wel met een geheimpje

OUDEMIRDUM De nu 76-jarige Doede de Vries uit Oudemirdum is al meer dan 40 jaar volleybalscheidsrechter. En als het aan hem ligt, komt daar zeker nog een jaar bij en misschien nog wel meer. Het plezier in de sport heeft hem veel gegeven en hij was in de pre-coronatijd wel ieder weekend onderweg. Samen met zijn steun en toeverlaat Yvonne trouwens.

De Vries werd in Warns geboren, maar toen hij 1,5 was, verhuisden zijn ouders naar Hemelum. In zijn jonge jaren voetbalde hij bij Stavoren, maar toen hij wat zwaarder werd koos hij er voor om de wedstrijden te leiden. Hij werd voetbalscheidsrechter. Hij wilde daarin wel hogerop, maar hield niet van slijmen. En dat moest, wilde je het maken. “Ik wilde het op de normale manier bereiken en heb toen maar bedankt. Wel ben ik zelf blijven voetballen.” Maar toen kwam hij in aanraking met volleybal bij BEO in Bakhuizen. Hij speelde zelf, deed mee aan de wilde competitie. “Dat betekende dat we zelf wedstrijden organiseerden, dus buiten de bond om, die gespeeld werden in de Klink in Koudum. Maar het betekende ook dat we om beurten moesten fluiten. En zo ben ik daar begonnen.”

Zijn eerste wedstrijd kan hij zich nog goed herinneren. “Ik had als voordeel dat ik al in het voetbal gefloten had. Beginners fluiten vaak heel zacht, maar ik was al gewend om dat luid te doen. Dat hielp en het werd me ook direct verteld dat ik dat goed deed.” Hij deed dat scheidsrechterwerk met veel plezier in de wilde competitie. Maar in 1981 werd het serieus toen hem gevraagd werd om bij de Nederlandse Volleybal Bond (Nevobo) te gaan fluiten en een heuse cursus te volgen. En die was niet mals. “Eerst de theorie, daarna moest je je licentie nog halen.” Hij slaagde met vlag en wimpel en mocht vanaf die tijd in de 2e en 3e divisie scheidsrechteren. En in die divisie zaten zowel DBS als BEO.

Doede en zijn vrouw Yvonne verhuisden op een gegeven moment naar Oudemirdum. Daar had hij bij NOK bestuurlijke functies en zette hij ook acties op touw. Verder was hij bij die club trainer bij de jeugd en de heren. ‘Maar toen kwamen BEO en DBS toch weer in beeld. Ze moesten scheidsrechters leveren, wilden ze mee kunnen blijven spelen in de competitie. Leverden ze te weinig van die wedstrijdleiders dan viel eerst de ploeg af die in de laagste competitie speelde en zo ging dat door.” Dus nam hij zijn positie op de bok weer in. En dat betekende bijvoorbeeld dat hij voor de mini competitie door de hele Zuidwesthoek wedstrijden floot die hij ook organiseerde. “Maar ik werd ook benaderd door de Nederlandse Volleybalbond of ik door heel Nederland wilde fluiten. En of ik coördinator van de scheidsrechterscursus in Zuidwest Friesland wilde worden.” Op beide zei hij ja. “Dat betekende dat we overal kwamen. We, want mijn vrouw Yvonne ging altijd mee. “ Het leverde het stel ook veel op. Zo kwamen ze door het hele land, maar mochten ze ook vaak wedstrijden van het Nederlandse volleybalteam zien.

Het werk als scheidsrechter kon De Vries ook prachtig combineren met zijn werk. “Ik werkte in de horeca. Eerst bij Sybrandy’s Vogelpark, later bij De Hege Gerzen. Dan had ik het in de zomer druk met het werk en in de winter met mijn scheidsrechtersbestaan.”

Onder de jeugd is momenteel weinig animo om scheidsrechter te worden in het volleybal zo stelt hij. “Maar bij DBS hebben ze dat heel leuk opgepakt. Jongens en meisjes vanaf 18 jaar krijgen daar een scheidsrechterscursus van 5 avonden. Daarna fluiten ze onder begeleiding van een coördinator tot ze zover zijn dat ze het helemaal onder de knie hebben. Hij juicht dat van harte toe, want als clubs geen scheidsrechters leveren, mogen de teams in de laagste divisies als eerste niet meer spelen.

Toen de inwoner van Oudemirdum 25 jaar bij Nevobo zijn diensten had geleverd, kreeg hij een zilver speld. En de belofte dat hij bij 40 jaar een gouden exemplaar zou ontvangen. “Toen dacht ik daar gaan we voor.” Dit jaar is het zover, maar door de corona wordt er niks uitgereikt voorlopig. Het was maar een raar jaar. Vorig jaar februari zijn we gestopt met spelen, in september mocht het weer even en daarna lag het weer stil. Heel erg jammer, maar we moeten ons er maar even overheen zetten.” De Vries zijn plan was eigenlijk om er na dit jaar mee te stoppen. “Ik kan het allemaal nu nog goed doen. Klim de bok nog met gemak op. Kan het allemaal goed volgen. Dat is ook nodig. Volleybal is een snel spel, je moet de lijnen goed in de gaten houden en het koppie moet goed zijn. Dat is nu nog het geval, maar je weet niet hoe het loopt.” Wel verklapt hij nog snel een geheimpje dat niemand ooit heeft geweten. “Toen ik jong was heb ik een zwaar auto ongeluk gehad. Ik ben toen een jaar uit de roulatie geweest. En sindsdien heb ik een pen in mijn nek en is die nek stijf. Ik kan hem dus niet zo heel goed bewegen naar echts. En juist dat goed kijken is als scheidsrechter van wel heel groot belang. Maar daar had ik een trucje op gevonden. Ik keek altijd naar de reactie van de spelers. Daaraan zag ik dan wel of een bal uit was of niet. Ik durf dat nu wel te vertellen, de jeugd kan me er nu niet meer op afrekenen. “

Over zijn stijl van fluiten zegt hij dat hij spelers verbaal vooral aardig te plek kon zetten. “Ik strooide niet echt met geel en rood. Dat is mijn stijl niet.” Voorheen kwamen er wel eens 5 tot 6 spelers tegelijk naar de bok die het ergens niet mee eens waren. Tegenwoordig mag alleen de aanvoerder de scheids nog aanspreken.

En de mooiste wedstrijden die hij heeft gefloten? Zonder aarzeling die tussen BEO en DBS. “Die kennen elkaar en oefenen ook wel samen. Maar als ze dan tegen elkaar moeten is het vuurwerk. Met veel publiek en enorm fanatieke spelers.” Eerst mocht hij trouwens niet fluiten als die clubs speelden. “Dat zou competitievervalsing zijn omdat ik aan hen verbonden was.” Maar toen ze in de 3e divisie tegen elkaar moesten spelen, heeft hij toch wel al zijn contacten aangewend om die wedstrijd te mogen leiden. ‘En dat mocht. Prachtig. Dat is echt een happening. Ze treiteren elkaar wat van te voren, halen alles uit de kast op het veld. Geweldig.” Maar ook als hij in Genemuiden de bok betreedt als die tegen Kampen spelen is het ook bal. “Daar komt ook altijd veel volk naartoe. Zulke wedstrijden zijn net Ajax tegen Feijenoord.”

Meintje Haringsma