Over geluk valt te filosoferen

BALK - Hoe denken jongeren en ouderen over Geluk? Dat was het thema waarover werd gefilosofeerd door jong en oud bij Hof en Hiem. En dat gebeurde onder leiding van oud—docent en filosoof Rob van Ruiten. Hij zorgde er voor dat de verschillende generaties met elkaar in gesprek. gingen over dat thema.

De huiskamer van Hof en Hiem loopt vol met bewoners en leerlingen van groep 6, 7 en 8 van de Bonifatiusschool uit Woudsend. Juf Annie en begeleidster Annejet zorgen ervoor dat jong en oud gemixt gaan zitten. Er worden tafels bijgeschoven en extra stoelen gehaald, de belangstelling is groot.

Dan neemt filosoof Rob van Ruiten het woord. ,,Ik was ooit leraar, nu geef ik filosofielessen op basisscholen. Het geleerde brengen jullie als leerlingen vandaag in praktijk hier in Balk.’

Wat is filosoferen?

‘Wat is filosoferen? Je praat over een stelling, daarbij heeft niemand gelijk of ongelijk. Je probeert met elkaar tot een oplossing te komen. Soms lukt dit, soms ook niet. We nemen stellingen die uit meerdere antwoorden kunnen bestaan. We laten elkaar uitpraten en luisteren goed.”

Na een voorstelrondje tovert Van Ruiten groene en rode kaarten tevoorschijn. Wie het met de stelling eens is, houdt de groene kaart omhoog. Wie het oneens is, laat de rode kaart zien. Het thema Geluk speelt vandaag de hoofdrol.

Brengen jullie als kinderen geluk?

Een bewoonster wil voordat het echte filosoferen begint al graag wat kwijt: ,,Brengen jullie als kinderen vandaag geluk?” Van Ruiten: ,,U slaat de spijker op zijn kop! Ik hoor vaak na afloop van het filosoferen: ‘Dit was mooi.’ De eerste stelling waarover we gaan praten is: ‘Je bent gelukkig als je kunt doen waar je zin in hebt.’” Na enig denkwerk gaan er veel rode kaarten de lucht in. Een leerling licht haar mening toe: ,,Als je bijvoorbeeld gaat stelen, of het slechte pad op gaat, dan ben je echt niet gelukkig. Het is goed als je ergens voor spaart. Als je alles al hebt, heb je geen verlangens meer.”

Verlangen

Van Ruiten: ,,Is het belangrijk voor geluk om nog ergens naar te verlangen?” Het merendeel van de groep knikt instemmend. De conclusie is, dat je ergens op verheugen veel plezier kan geven in je leven.

Van Ruiten gooit een volgende stelling in de groep: ,,‘Is het moeilijk om gelukkig te zijn als je helemaal alleen bent?’” Onder de ouderen zijn er opvallend veel groene kaarten te zien. ,,Ik vond het heel moeilijk om alleen achter te blijven, toen mijn man overleed”, aldus een bewoonster. ,,Ik haal het geluk uit het welzijn van mijn kinderen en kleinkinderen”, zegt een andere bewoonster. ,,

Gemis

Wordt het gemis van familie hier in het huis goed opgevangen?’’, wil Van Ruiten weten. ,,Jazeker, er wordt van alles georganiseerd hier en de zusters zijn allemaal even lief.”

De kinderen zijn duidelijk onder de indruk van de veerkracht van de ouderen. Dat blijkt helemaal als er in groepjes gesproken wordt over de stelling: ‘Is de jeugd van nu gelukkiger dan de jeugd van toen’(eind jaren ’30)? Een leerling: ,,Ik denk het niet. Ik denk dat het hetzelfde is. Wij hebben veel meer dan de jeugd van toen. Maar dat zegt niets.”

Jeugd is veeleisender

Een bewoner: ,,De jeugd is veeleisender geworden. Jullie hebben allemaal een mobieltje. Wij moesten ons met simpel speelgoed vermaken. Jullie spelen niet meer. Nieuwe kleding kregen we niet, die ging van oudere broers op ons over.” Een leerling: ,,Wij willen nu alleen maar meer.” Van Ruiten: ,,Is dat erg? Kortstondig geluk?” Na enig debat blijkt dat ook onder de jeugd sociale contacten nog steeds belangrijker zijn dan bezit. ,,Is er een eenduidig antwoord op deze stelling?”, daagt Van Ruiten de jeugd tot slot uit. ,,Nee”, aldus een leerling, ,,want er zijn nu meer ongelukken dan vroeger.”

De ochtend is omgevlogen. De ouderen geven de leerlingen complimenten: ,,Fijn dat jullie zo goed naar ons wilden luisteren. Wanneer komen jullie weer?” Daar kunnen de leerlingen niet bij achterblijven: ,

,Heel mooi dat we zo in gesprek met elkaar konden gaan en dat u openhartig wilde vertellen over het thema Geluk.” Zowel jong als oud verlaat met blozende wangen en stralende ogen de huiskamer. Van Ruiten slaat het trots gade. Missie geslaagd, wie heeft het nog over een generatiekloof?