De laatste kilometers van Koudum naar Santiago: Het is goed zo’

SANTIAGO - Tine Hekker van Leeuwen liep van Koudum naar Santiago de Compostello. In etappe 22 beschrijft ze de laatste loodjes die ze aflegde in april 2018.

Voor het allerlaatste traject heb ik de koers verlegd van Spanje naar de, nog redelijk stille, kustroute in Portugal. Vanaf Porto lopen er 2 routes in Noordelijke richting. Ik koos de meest westelijke. Zon en wind in de rug, de oceaan met haar eindeloze deining dagenlang aan mijn linkerzijde.

Al lopende is het wonderlijk hoe snel je jezelf in een ander dagelijks ritme onderdompelt. De eenvoudigste manier van voortbewegen gecombineerd met eenvoudige basis besognes zoals: hoe is het weer, waar kan ik eten, waar staat vanavond mijn bed, hoe loopt de route? Vragen waar je je uren mee bezig kan houden. Plus de veelvoud aan zintuigelijke indrukken die je soms wel- en soms niet bijblijven. Daarnaast nog wat lokale cultuur opsnuiven en de dagen zijn compleet gevuld. Langs de hele NoordPortugese kust staan vele, op strandcafé lijkende, gebouwtjes. Dit blijken exclusieve samenkomstlocaties te zijn voor gepensioneerde zeevissers. Ze leggen er een kaartje, drinken een wijntje en kijken uit over het water.

Iets meer in het binnenland kom je, met een beetje geluk, nog oude mannen en vrouwen tegen, scharrelend op een tuin- of boerenerfje. Op zoek naar een koffietentje doemt er ineens een Bocateria-Cafétaria op met de naam ‘Nederland’. Blijkt de uitbater zijn allerjongste jaren in Nederland te hebben doorgebracht. De taal was hij vergeten, maar in zijn zak bewaarde hij nog altijd een muntstuk uit die tijd: een heuse Nederlandse gulden.

Meerwaarde

Op deze laatste etappe gaan mijn gedachten onwillekeurig terug naar het begin. Niet gedreven door enige vorm van religie ben ik eraan begonnen maar door vragen aan mezelf stellen of ik het fysiek aan zou kunnen, vertrouwen kon hebben in wat zich onderweg zou aandienen. Het startpunt van deze 2400 km. lange monstertocht lag in Sint Jacobieparochie aan de Friese Waddenkust. Vijf verschillende landen, talen en grenzen zijn gepasseerd. Vele malen getwijfeld aan het slagen van mijn plan en overwogen te stoppen. Een overweging die ik een dag later toch maar weer verwierp.

De eerste 2000 kilometers in mijn eentje gewandeld en de laatste 400 km. in gezelschap van mijn echtgenoot. Nee, het was niet altijd gemakkelijk en ook niet eens altijd leuk. Je komt met regelmaat jezelf tegen. Diverse emoties duiken plotsklaps op en duiken soms ook even snel weer weg. Er is oneindig veel door mijn gedachten gegaan. Heel prettig daarbij vond ik de stilte om me heen. Later verneem je van een aantal pelgrimerende wandelaars dat zij de contacten onderweg als hoogtepunten hebben ervaren. Voor mij gaf het lopen in stilte juist de meerwaarde.

Terug in de werkelijkheid

Aan alles komt een eind, ook aan deze voettocht. Op 28 april 2018, een zonovergoten zaterdagmiddag, diende de top van de laatste heuvel zich aan en lag Santiago aan mijn voeten. Het onderweg zijn telt dan ineens niet meer. De aankomst wint aan belangrijkheid in die allerlaatste kilometer. In een roes van onwerkelijkheid en tussen een continue stroom van pelgrims te voet of fietsend en drommen toeristen uit allerlei landen sta ik even later op het plein voor de kathedraal. Santiago is een wereldmerk geworden constateer ik ter plekke.

Maar dan ineens zie ik ze staan: vriendin Mar, broer Klaas, schoonzus Marta. We begroeten, we lachen, maken foto’s en heffen even later het glas. Hun aanwezigheid haalt me langzaam terug naar de werkelijkheid.

Het aansluitende weekend hebben we gezamenlijk doorgebracht door het bijwonen van een deel van een (pelgrims-)mis in een overvolle kathedraal, met slenteren door het oude centrum, met wandelen door een fraai park en met samen eten. Later op de dag, na enige twijfels, toch ook nog het traditionele afsluitende pelgrimsritueel gedaan: d.w.z. achterlangs het Sint Jacobusbeeld lopen en de schelp aanraken. Op de, regenachtige, dag van de terugreis werp ik nog een laatste blik op de kathedraal en realiseer me dan haarscherp: het is klaar, het is goed zo.’