Veel beren op de werkweg als nieuwkomer

SLOTEN - ‘Het is heel deprimerend als je wel wilt werken, maar dat maar niet lukt. Of als je graag werk wilt doen waar je voor opgeleid bent, maar niemand je daarvoor aanneemt. ’

Het was één van de uitspraken van de in Lemmer woonachtige Momodou Bojang vorige week donderdag tijdens een bijeenkomst van de Lionsclub Balk, Tusken Mar en Klif. De leden wilden na verontrustende berichten in de krant wel eens weten waarom toch zo weinig nieuwkomers werken. Momodou vertelde er alles over tijdens een vergadering van de Lions in restaurant ‘t Bolwerk in Sloten.

Momodou is geen asielzoeker, hij kwam hier naartoe om bij zijn Nederlandse vrouw te zijn. ‘Maar eerst wilden we kijken hoe ik het in Nederland zou vinden. Want het is toch een heel ander continent, met een heel andere mentaliteit’. Zijn vrouw vroeg een visum voor hem aan. ‘Maar dat betekende niet dat ik ook mocht komen. Nederlanders hoeven alleen een ticket te kopen en kunnen zo op een vliegtuig stappen. Afrikanen moeten eerst een visum krijgen van de Nederlandse overheid. En dat lukt vaak niet, omdat de regering denkt dat Afrikanen hier allemaal willen blijven.’ Zijn eerste visumverzoek werd dan ook afgewezen. ‘Het is jammer dat de regering denkt dat iedereen hetzelfde is. Ik zou mijn vrouw of de Nederlandse overheid nooit in de problemen brengen.’

Urenlang vast bij de marechaussee

Nadat zijn vrouw een bezwaarschrift had ingediend, kreeg hij wel een visum. ‘Maar ik werkte op dat moment in de ICT in een 4 sterrenhotel met 400 kamers in Gambia. Ik kon dus maar 3 weken vrij krijgen.’ Zijn eerste schreden op Nederlandse bodem waren niet heel hoopvol. ‘Ik had er net een nachtvlucht opzitten en was doodmoe. Ook al omdat ik daarvoor nog nooit in een vliegtuig had gezeten. Toen ik arriveerde, geloofden ze niet dat dit visum echt was. Ik heb uren bij de marechaussee gezeten om keer op keer mijn verhaal te doen. Mijn vrouw werd er ook bij gehaald en ook zij moest steeds opnieuw allerlei vragen beantwoorden.’ Geen vriendelijke bejegening, vertelt hij maar toen het stel eindelijk ‘los’ werd gelaten, begon de ontdekkingstocht door Nederland. ‘We wilden kijken of ik hier kon en wilde blijven. Mijn vrouw kan niet in Gambia wonen, omdat zij kanker heeft gehad. En voor zo’n ziekte hebben we in Gambia geen ziekenhuizen. Bij ons ga je al dood aan malaria of soms gewoon aan de griep.’ Soms zou hij willen dat hij wel samen met haar terug kon. ‘Het leven is bij ons toch relaxter. Bij ons hoef je geen afspraken met mensen te maken, je bent altijd welkom. Er wordt altijd een bord voor je neergezet als het tijd is om te eten. We leven veel meer met elkaar, wonen ook altijd met de familie. Hier zijn die contacten veel minder en dat mis ik wel. En natuurlijk mis ik mijn familie ook.‘

Inburgeringsexamen in Gambia halen

Na 3 weken vakantie ging hij terug. Daarna zetten ze samen een bedrijf op waarbij ze tweedehands goederen naar Gambia verscheepten en verkochten. Hij kwam 3 maanden naar Nederland en moest dan weer 3 maanden in Gambia blijven. ‘Maar na 2 jaar werden we helemaal verdrietig van steeds weer afscheid nemen. We besloten dat we gingen proberen om samen in Nederland verder te gaan.’ Daarvoor moest hij eerst in Gambia een inburgeringsexamen halen. ‘Ik ging in Gambia naar school en leerde daar Nederlands. Vervolgens moest ik allerlei examens doen. Die examens waren overigens in Senegal, want in Gambia is geen Nederlandse ambassade. En het is een hele dag reizen. Met bushtaxi’s, met de boot en dan weer met een bushtaxi.’ Toen hij slaagde, moest zijn vrouw opnieuw een hele papierenwinkel invullen. ‘Zij staat 5 jaar garant voor mij en moest dus een bepaald inkomen hebben. Anders konden we het helemaal wel vergeten.’ De aanvraag voor MVV werd ingewilligd en Momodou kreeg een verblijfsvergunning voor 5 jaar, waarbij hij ook mocht werken. Eenmaal hier moest hij wel weer naar school, om zijn tweede inburgeringsexamen te halen. ‘Dat kostte een paar duizend euro en ik moest opnieuw examen doen in allerlei vakken. Omdat DUO heel druk is, heb ik van de laatste twee examens nog geen uitslag. De andere heb ik al wel gehaald.’

Cisco CCNA gecertificeerd

In eerste instantie focuste het stel zich op Momodou’s integratie en het beter leren van de Nederlandse taal. ‘Maar na een tijdje wilde ik wel aan het werk. Ik dacht dat ik met mijn Cisco CCNA certificaten en opleiding tot systeembeheerder wel ergens aan de slag zou kunnen. Ik had jaren gewerkt, had systemen aangelegd, problemen opgelost van klanten en staf van een groot hotel. Maar niets bleek minder waar.’ Hij werd nergens uitgenodigd voor een gesprek, terwijl hij zich suf solliciteerde. ‘Toen dacht ik, dan moet ik iets anders gaan doen.’ Zijn eerste baantje was als productiemedewerker in een rozijnenfabriek. ‘Het was een nachtdienstbaan en ik moest de hele nacht rozijnen inpakken. Ik ging van ICT-er naar inpakker en dat was best wel vreemd. Maar ik verdiende geld.’ Toen hij een aantal dagen aan de slag was, kwam er een verontrustend telefoontje vanuit Gambia: zijn vader had een hersenbloeding gehad en was gedeeltelijk verlamd. ‘Ik ben de oudste zoon en dus verantwoordelijk voor het gezin. Mijn vrouw en ik besloten dat ik terug moest gaan, want het zag er slecht uit.’ Als je bij een uitzendbureau werkt en je moet om dergelijke redenen stoppen met je werk, dan betekent dat het einde van je baan leerde hij al direct. ‘Toen ik na 3 weken terug kwam, kon ik wel bij een ander productiebedrijf aan de slag.’

Internationaal rijbewijs niet langer geldig

Toch doemde toen een ander opstakel op. ‘Ik had al jaren mijn rijbewijs, had dat ingewisseld voor een internationaal rijbewijs. Ik reed daarmee in Nederland en toen bleek dat dit maar een half jaar mocht. En als je in de productie werkt en in de ploegendiensten heb je dat rijbewijs gewoon nodig. Anders kom je helemaal niet op je werk of niet meer thuis.’ Dus moest hij in allerijl rijlessen gaan nemen. ‘Dat ging wel goed, maar de theorie was erg moeilijk. In de tussentijd moest mijn vrouw mij dus elke ochtend heel vroeg wegbrengen of heel laat weer ophalen.’ Het zijn allemaal obstakels zegt hij die kunnen maken dat iemand niet aan het werk gaat of niet ziet dat je die dingen eerst moet overwinnen.

‘Ik wil terug in mijn eigen vak’

Zelf heeft hij eigenlijk nooit zonder werk gezeten. ‘Maar ik hoop wel weer in mijn oude vak terug te kunnen op den duur. Ik pak alles aan om zoveel mogelijk te leren, maar soms is het wel frustrerend om niet meer in de ICT te zitten. Bij het ROC heb ik geinformeerd of ik zou kunnen leren en werken tegelijkertijd. Daar zeiden ze eerst dat ik niet in aanmerking kwam omdat mijn diploma niet gevalideerd was. Toen hebben we dat aangevraagd. De instantie die dat moest doen, maakte een fout en gaf te kennen dat mijn niveau te laag was om een mbo opleiding mee te volgen. Toen we daartegen bezwaar maakten, bleek dat ze een fout hadden gemaakt. Mijn opleiding was wel degelijk op mbo4 niveau. Maar toen was dat studiejaar alweer gestart. En toen ik onlangs weer informeerde of ik kon instromen, zeiden ze dat ik staatsexamen moest hebben gedaan om mee te kunnen draaien. Maar dat is een inburgeringsexamen voor mensen die echt willen studeren aan een Universiteit of Hogeschool. En het is echt moeilijk om dat te halen.’

‘Mijn droom is om een opleiding in de IT te volgen’

Het is dus niet eenvoudig om hier je weg te vinden, onderstreepte Momodou. Maar hij liet tevens weten dat hij zich niet uit het veld liet slaan. ‘Ik heb een droom om verder te gaan met een opleiding in de IT en die droom wil ik waarmaken. Want daarmee help ik niet alleen mezelf, maar ook mijn omgeving en dus de wereld.’ Verder is hij momenteel bezig om een soort projectplan op te zetten om nieuwkomers te helpen. ‘Mijn broeders en zusters die een gevaarlijke bootreis maken om hier te komen, moeten ook de kans krijgen om hun dromen waar te maken. Nu zie ik ze soms alleen maar niks doen, de hele dag tv kijken, de hele dag slapen. Ik kan ze laten zien dat het ook anders kan, wat je moet doen om wel werk te krijgen. En ik kan gemeenten of andere instellingen ook laten zien welke problemen er zijn als je wel wilt, maar er de kans niet voor krijgt.’

Meintje Haringsma