Elfstedenpad: van Laaxum naar Workum

BALK - Als onderdeel van LF 2018 lopen Eppie Bleeker en Ines Bergsma uit Balk het Elfstedenpad it in twaalf maandelijkse etappes van elk ongeveer 25 km. Van iedere etappe komt een verslag met foto's. Zo ontstaat een prachtig jaarbeeld van dit deel van Fryslân met zijn elf steden en fonteinen.

Zaterdag 17 februari 2018 werd de tweede etappe gelopen: van Laaxum naar Workum 23 kilometer, voert hen door drie steden. ‘Jammer dat de fonteinen er nog niet staan. Bij de start in Laaxum, vriest het licht en schijnt de zon voorzichtig door de aanwezige nevelflarden. In de loop van de dag breekt de zon meer door en is het aangenaam wandelweer met een briesje in de rug.’

‘Al snel beklimmen we het Rode Klif, genoemd naar het rode keileem daar. Ooit sloegen de golven van de Zuiderzee tegen het klif. De Zuiderzee was als binnenzee de ideale kraamkamer van de haring. Na de komst van de afsluitdijk in 1932 is de zee getemd. Veel vissers raakten hierdoor hun inkomen kwijt. Op het klif ligt een grote zwerfkei, ooit meegekomen met de gletsjer, als monument om de slag bij Warns te herinneren. Als tekst staat op de kei: “Leaver dea as slaef.” Liever dood dan slaaf! Dit slaat op de veldslag in de Fries-Hollandse oorlog tussen graaf Willem IV van Holland en de Friezen die op 26 september 1345 plaatsvond en in een overwinning voor de Friezen eindigde. Bij de jaarlijkse herdenking hiervan wordt vooral stilgestaan bij het feit dat de Friezen hun eigen taal en cultuur willen behouden.’

‘Voor Stavoren komen we langs het ‘Hoogland gemaal en de Johan Frisosluis.’ Door de komst van dit gemaal staan winters geen grote delen van Fryslân meer onder water. Stavoren is een stad en hoe, het is de eerste stad in Nederland die al omstreeks 1081 stadsrechten kreeg. In 1285 werd de stad ‘Hanzestad.’ Eeuwenlang kende de stad een grote bloei. Vermaard is de legende van ‘Het vrouwtje van Stavoren.’ Door haar woede tegen de schipper die haar graan bracht en geen goud als kostbaarste lading riep ze een vloek over de stad af. In brons gegoten kijkt ze nog alle dagen over de haven uit.

Van Stavoren naar Hindeloopen is de lucht vol met duizenden ganzen. Overdag grazen ze op de eiwitrijke graslanden, nachts slapen ze op het IJsselmeer. Onze lunch eten we op een bankje in de ‘Bocht van Molkwerum.’ In de verte staat de scheve toren van Hindeloopen op ons te wachten. Het is een ferme tippel om er te komen.’

‘Hindeloopen is een karakteristieke stad met een eigen stadstaal en klederdracht. Bekend is het Hindelooper schilderwerk. In het Friese schaatsmuseum houden we, genietend van de koffie, onze langere stop. Het museum bezit niet alleen de grootste collectie schaatsen en sleeën ter wereld, maar ook de complete geschiedenis van de Elfstedentochten.’

‘We verlaten Hindeloopen en wandelen via de zeedijk’ naar It Soal, het verbindingswater tussen Workum en het IJsselmeer, waar twee futen het voorjaar aankondigen met hun paringsdans. We vertoeven even bij het oude Joodse kerkhof, daarna gaan we over de sluis de stad in. Het laatste deel van deze etappe voert ons langs de robuuste kerk met zijn gilde baren verder door de stad. Bij het bekende Jopie Huisman museum eindigt etappe twee.’

Ines Bergsma