Dorpsbelang Wijckel:’Omgevingsvisie is nauwelijks een visie’

WIJCKEL - Dorpsbelang Wijckel vindt de omgevingsvisie die de gemeente De Fryske Marren presenteert nauwelijks een visie te noemen.

‘Het lijkt nu meer op een inventarisatie van huidige waarden en acties die reeds lopen. Een visie behoort een lange termijn perspectief te zijn, met daaraan gekoppeld een strategie hoe dit te bereiken. Deze strategie wordt gemist. De volgorde behoort te zijn: ambities – speerpunten – strategie – acties,’ aldus dorpsbelang. Ze vindt ook dat de nu beschreven acties nogal vrijblijvend zijn. Het gaat bij bijna alles om ondersteunen, onderzoeken, overlegen of continueren. ‘ We willen er daarom voor pleiten dat in de definitieve Omgevingsvisie heldere en duidelijke keuzes worden gemaakt. Nu is het te vrijblijvend, omdat er geen helder beeld wordt geschetst van wat de gemeente belangrijk vindt met betrekking tot de leefbaarheid en fysieke leefomgeving.’

Verder vindt ze dat bij te versterken waarden c.q. aandachtspunten aandacht moet komen voor strategie. ‘Daarin wordt aangegeven hoe één en ander te realiseren, bij voorkeur met een prioritering. Daardoor sluit het beter aan bij de geformuleerde uitgangspunten open/transparant, proactief, eerlijk en helder.’

Wijckel wordt niet genoemd

De analyse met de huidige kernwaarden vindt ze waardevol en bondig geschreven. Maar er zijn ook daar tekortkomingen onder andere doordat Wijckel niet wordt genoemd en ook de verschillende meren- en oevergebieden niet voorkomen in de analyse. Ook krijgen het waardevolle landschap, natuurwaarden en cultuurhistorie vrij beknopte aandacht. ‘Terwijl dit door de bewoners en recreanten worden gezien als essentiële waarden en zeer kenmerkend voor onze gemeente. Dit verdient een eigen paragraaf.’

Geen uitvoering door de gemeente

De rol van de gemeente in het uitvoeringsprogramma is bovendien helemaal leeg en ook over welke termijnen het gaat. Dorpsbelang Wijckel heeft zelf een invulling gegeven en aanvullende acties die ze mist.

Onduidelijke zinnen

De verdere kritiek van Wijckel is dat er zinnen in staan die onbegrijpelijk overkomen en dat begrippen door elkaar heen worden gebruikt en dat de relatie tussen de omgevingsvisie en het omgevingsplan niet worden uitgelegd en beide door elkaar heen lopen.. Ook is de leeswijzer onjuist. Het ontbreken van kernwaarden voor specifieke dorpen mist dorpsbelang, net als bij de versterken waarden van Gaasterland landschaps (elementen), het extensief gebruik van het land en de cultuurhistorie (van belang voor de identiteit).

De opmerkingen van Wijckel

• Hoofdstuk 3.3.4: erg algemeen, doet geen recht aan de specifieke kenmerken van de verschillende meren en haar oevers, gaarne uitwerking per meer. Per meer de te versterken waarden noemen

• Hoofdstuk 3.4, p.20: vooral de beleving van de IJsselmeerkust wordt genoemd, toegevoegd dient te worden –“het behoud van de natuurwaarden”

Hoofdstuk 4

• Hoofdstuk 4.2.1, p.25: Speerpunt Bereikbaarheid en Verkeersveiligheid uitbreiden met: + we vergroten de verkeersveiligheid van fietsers door ze zoveel mogelijk op de kruisingen met landbouw- en autoverkeer voorrang te geven. Momenteel is dit precies andersom terwijl in veel Nederlandse gemeenten de fietsers veel meer bescherming krijgen, bijvoorbeeld ook in zg. - de auto is te gast – straten.

• Hoofdstuk 4.2.1, p.26: in tekst benoemen dat prioriteit gegeven wordt aan uitrol in de zg. witte gebieden (de gebieden buiten de bebouwde kom)

• Hoofdstuk 4.2.2, p.27: Natuur, landschap en cultuurhistorie is nu ondergebracht bij “Aantrekkelijke omgeving”. Zoals genoemd aan het begin van dit commentaar verdient het een eigen paragraaf of kopje waarbij ook genoemd dient te worden de Europese en landelijke tendensen om de landbouw veel meer ten dienste te laten staan van natuur en recreatie. Ook genoemd dient te worden dat waardevolle gebouwen/elementen die geen formele status bezitten maar tot het Fries erfgoed behoren, beschermd dienen te worden. Bij acties dient daarom opgenomen te worden dat er een visie ontwikkeld moet worden t.a.v. de toekomst van boerderijen bij bedrijfsbeëindiging.

• Hoofdstuk 4.2.2, p.27: De vraag is of Voorbeeld maatwerk huidige situatie wel zo positief is: meer ontwikkelingsruimte voor agrarische bedrijven betekent ook meer overlast voor omwonenden en meer milieu- en natuurproblemen

• Hoofdstuk 4.2.2, p.28: een na laatste alinea: bij het bieden van goede sportfaciliteiten hoort ook het onderhoud ervan

• Hoofdstuk 4.2.2, p.29: wat gebeurt er na het opstellen van de landschapsbiografie

• Hoofdstuk 4.2.2, p.29: laatste alinea: om welke milieugevoelige functies gaat het, definitie is van belang omdat het anders vaag blijft

• Hoofdstuk 4.2.2, p.29: iets opnemen van meer natuur- en landschapsbescherming, bevorderen van meer weidevogels. Huidige kleinschaligheid handhaven en meer bevorderen, dwz geen uitbreiding toestaan van grootschaligere bouw- en graslanden door verwijdering van houtwallen, bomenrijen, bossages en losse landschapselementen, geen demping van sloten, geen vervlakking van landschapsruggen (handhaving van huidige geomorfologie), spuitvrije zones rondom lelieteelt, waterpeilverhoging waar mogelijk

• Hoofdstuk 4.2.2: In deze paragraaf wordt in zijn algemeenheid gemist de aandacht voor het woonklimaat in het buitengebied. De landbouw in dit buitengebied veroorzaakt voor veel bewoners van dit buitengebied negatieve effecten in de vorm van stank, lawaai, gebruik van bestrijdingsmiddelen, landschappelijke vervlakking en een afname van de biodiversiteit. Dit is niet alleen een nadeel voor het woongenot en gezondheid maar het treft ook de toeristische sector die voor onze gemeente in economisch opzicht van groot belang is. Juist hier is behoud van rust, donkerte, kleinschaligheid, afwisseling van graslanden, kleine landschapselementen en bossen van groot belang. Tegengaan van “landschapspijn” dient in het beleid tot uiting te komen, met concrete acties.

• Hoofdstuk 4.2.3, p.35: bij het kopje “We participeren in onderzoek en stimulering omgevingsbewuste landbouw” dient genoemd te worden dat de huidige tendens is dat de landbouw extensiever wordt en dat we naar een kringlooplandbouw gaan, en dat na de paragraaf met de analyse van de milieu-impact van de landbouw benoemen dat deze milieu-impact teruggedrongen dient te worden bijvoorbeeld via stringentere handhaving

• Hoofdstuk 4.2.5, p.37: inzetten op een energie-neutrale gemeente met jaartal erbij, dus consequent noemen van 2030, ook in de acties, anders is het nietszeggend

• Hoofdstuk 4.2.5, p.37: Voor de klimaatverstoring is het van groot belang om terug te keren naar een veel natuurlijker waterhuishouding. Klimaatadaptatie vraagt om een robuuster watersysteem met veel meer ruimte voor dynamiek. De landbouw moet daarvoor ruimte bieden. Dit is ook belangrijk voor het herstel van natuurgebieden in o.a. Gaasterland die, behalve onder stikstofdepositie ook zwaar te lijden hebben onder verdroging.

• Hoofdstuk 4.2.5, p.38: bij ondersteunen van lokale initiatieven op het gebied van duurzaamheid: -weren van hoge windmolens op land en meren

-weren van zonneparken in het open gebied, voorrang geven aan zonenergie op daken en in oksels van wegen en kruisingen

• Hoofdstuk 4.2.5, p.38. Aan biodiversiteit wordt te weinig aandacht besteed omdat het zich teveel beperkt tot ecologisch bermbeheer en enkele projecten in de gebouwde omgeving. Bewoners geven aan dit onderwerp veel meer prioriteit en daarom zou meer geschreven moeten worden over herstel van biodiversiteit, gekoppeld aan meerdere acties. Ook hier weer met bijzondere aandacht voor de landbouw. Zonder met een hernieuwde blik te kijken naar de inpassing van agrarische activiteiten in ons natuurlijk systeem vindt er geen herstel van de biodiversiteit plaats.