Laatste reunie Mulo voor 80-jarigen

BALK - Nu zijn ze 80 of bijna 80 en hebben ze besloten voor het laatst samen te komen. Eerst koffie bij Badmeester Keimpe, dan een lunch, Balk even in en dan naar het museum Langs de Luts van Johan Groenewoud.

Hoewel ze het zelf besloten hebben, is deze laatste keer toch bitterzoet, hoewel velen er ook niet zoveel moeite mee hebben. ‘Je ziet de betrekkelijkheid wel in van veel dingen, Dat heb je als je een bepaalde leeftijd hebt bereikt,’ zegt Jan van der Goot daarover. Johannes Groenewoud valt hem bij. ‘Ik heb een groot gevoel van tevredenheid over het leven. Mijn vrouw blijft goed verzorgd achter, we zijn gelovig dus denken we dat er hierna nog iets is.’

Het kan zomaar anders zijn

En dan ook -vorig jaar lukte het al niet om bij elkaar te komen en is de bijeenkomst al een jaar opgeschoven. En ze weten: ‘Elk moment kan het zomaar anders zijn.’ Bovendien hebben sommigen gezondheidsklachten en gaat het allemaal niet meer zo lekker.

Tity Hosper-De Jong vertelt voorafgaande aan de bijeenkomst dat dit waarschijnlijk de negende keer is dat het gezelschap samenkomt. ‘De eerste keer was toen de christelijke mulo een nieuwe school kreeg en we waren uitgenodigd. Dat was op 8 oktober 1988. Ik weet dat nog zo goed, omdat ik toen 50 jaar werd.’ De klas van 1951-1955 was niet groot volgens haar. ‘Volgens mij 4 meisjes en de rest was jongens. Dat waren er volgens mij 10.’ Toen, in 1988 werd besloten dat ze om de vijf jaar zouden samenkomen. ‘Maar toen we 65 jaar waren, besloten we het maar om de 3 jaar te doen. Weer later toen we 70 waren troffen we elkaar nog om de 2 jaar. Alles werd toch minder en sommigen van ons waren inmiddels ook overleden.’ Ook deden er een paar niet mee, nadat ze de eerste keer waren geweest. Ze vonden het niet leuk of spraken de Friese taal niet.’

Leuke activiteiten

Vanaf het begin werden er leuke activiteiten ondernomen, maar dat wordt zo langzamerhand steeds bezwaarlijker. ‘Maar het allermooiste was een tripje vanuit Koudum met de boot. Over de Fluessen, de Luts en toen lunchen bij de Wyldemerk. Daar kwam een trekzak tevoorschijn en zongen we allemaal versjes. Prachtig.’

Elk jaar hebben ze wel weer van alles met elkaar te bepraten. Over de thuissituatie, het werk. ‘Ja, want iedereen werkte in het begin nog. En iedereen had ook wel een goede baan zo bleek. Een stuk of wat zijn in het onderwijs beland, anderen bij een verzekering of bij de belastingen.’ Dat er achter elke voordeur wel iets is, werd ook wel duidelijk. ‘Maar we spraken ook veel over leraren. Voor welke we ons heel erg ons best deden en voor wie we niet zoveel wilden doen. En de strenge directeur Winters die ons de Duitse rijtjes van mit, nach, nebst er ingestampt heeft.

33 jaar in de diepvries

In het begin werd ook gekeken naar hoe iemand was ‘opgedroogd’. Toen zei één van de mannen dat het leek alsof Kees Ewoldt 33 jaar in de diepvries had gelegen. Die zag er na 33 nog net zo uit als toen we op de Mulo zaten.’ Als Kees dat hoort moet hij lachen. ‘Wie heeft dat gezegd?’ Dat hij er nog steeds jong uitziet is een kwestie van genen zegt hij. En hij beweegt veel. Maar het wil niet zeggen dat kwalen niet aan hem voorbij zijn gegaan. Net zoals bij de anderen heeft hij ook zo zijn lichamelijke gebreken.

Gevraagd naar wat de school hen heeft gebracht zijn de antwoorden divers. Warmte, saamhorigheid en een goede basis voor een toekomst zijn de meest voorkomende.

Goede banen

En ze zijn allemaal goed terecht gekomen, hadden goede banen. Leo Visser, toen het boefje van de klas werd directeur van Woudsend Verzekeringen. ‘De Franse leraar kon Leo niet aan. We werden trouwens ook gek van zijn viool die hij altijd gebruikte als we Franse liedjes moesten zingen. Dat gekras.’ Johan Groenewoud werd accountant. Hij herinnert zich dat hij een keer een klap voor zijn kop kreeg van een leraar. ‘Een leraar Engels liep met papieren achter zijn rug. Die moest ik even pakken. Kreeg ik me toch een klap.’

14 vakken

Sjoerd Spoelstra was naar eigen zeggen rustig, had nooit moeite met leren en werd uiteindelijk chef bij de politie en politievoorlichter. ‘Maar ik had een zwaar pakket met allemaal B vakken. Die deed je nog even naast de 14 andere vakken.’ Hij zegt dat hij en zijn jaargenoten de hele maatschappij hebben zien veranderen. ‘Bij de politie hadden we eerst geen communicatiemiddelen en moet je nu eens zien.’

Sjoerd Strikwerda ging in het leger, was in Suriname met dat doel en werkte daarna in heel Nederland voor een veevoedergrondstoffenbedrijf. De talen die hij leerde op de ulo heeft hij daardoor allemaal in de praktijk kunnen brengen.

Veel van de oud-leerlingen zijn uitgezwermd over het land. Tity Hosper- de Jong woont zelf in Drachten. ‘Ik heb mijn Mulo in Balk niet eens afgemaakt. In het vierde jaar verhuisden wij naar Drachten. Het mondelinge en het schriftelijke examen moest ik toen nog in Heerenveen doen. Daar kwam ik Winters tegen die als supervisor werkte en me tussen neus en lippen door vertelde dat ik wel geslaagd was.’ Die verhuizing was voor vriendin Froukje Roskam een drama trouwens.

‘Er zaten heel weinig meisjes bij ons in de klas en we waren vanaf het begin bevriend. We kwamen naast elkaar te zitten en vroegen elkaar eerst wat onze vaders deden.’ Als twee bakvissen giechelden ze er wat af. Samen op de fiets, het bos in. En soms spijbelen. Op de woensdagmiddag een keer, herinnert Froukje zich. ‘Toen hadden we typeles en zeiden we tegen Winters dat er bezoek kwam waar we naartoe moesten. Dat kwam natuurlijk uit.’ De straf is ze nooit vergeten. Die kreeg ze eerst van haar ouders, maar later ook nog van de meester. ‘Die negeerde me gewoon een aantal dagen. Dat was vreselijk. Toen ik zelf lerares werd heb ik dat als lering meegenomen; negeer nooit een kind. En als je een kind al straf geeft, hoef je de ouders niet ook nog een keer in te lichten, want dan krijgen ze nog een keer straf.’ Naast de reünie is er onderling contact in de vorm van kerstkaarten, maar veel meer dan dat is het niet. Na deze reunie rest nog alleen een boekwerkje van alle samenkomsten door de jaren heen, die Hosper-De Jong heeft gemaakt voor dit doel. Leo, Johannes en Tity hebben altijd heel veel werk verricht om dit mogelijk te maken. Vooral Tity,’ zegt haar vriendin. ‘En dat is echt wel een compliment waard.’

Meintje Haringsma