Gek van voetbal

Balk - De 60-jarige Menno Witteveen voetbalt al sinds zijn tiende. Vijftig jaar rondrennen op de velden levert mooie verhalen op.

Het EK voetbal krijgt nog even voorrang op de Balkster Courant. Vader en zoon Witteveen zijn fanatieke kijkers, maar moeten helaas toezien hoe hun geliefde Spanje van Italië verliest. Dan gaat de knop om en verhaalt Menno Witteveen enthousiast over zijn voetballeven.

‘Ik kom uit Bakhuizen waar ik in een gezin met negen zussen opgroeide. We waren helemaal geen sportieve familie. Een aantal van mijn zussen volleybalde een blauwe maandag, maar dat was het dan ook wel. Via via kwam ik bij voetbal terecht, bij VV Bakhuizen. Ik vond het leuk, maar moest ook wel wennen. Ik trainde een keer per week en zaterdags hadden we een wedstrijd. We deden alles op de fiets, we reden door de hele Zuidwesthoek. Eerst zat ik in de B’s, maar op mijn vijftiende zat ik al bij de A’s. En daarna in het eerste! Wat een eer. Die tijd speelde ik vaak twee wedstrijden in een weekend. Ik was spelverdeler, en dat ben ik eigenlijk altijd gebleven. Wel ruilde ik op mijn 20e VV Bakhuizen in voor De Wâlde in Elahuizen, we werden kampioen dat jaar.’

Werk en de liefde brachten Menno daarna wat verder van huis. Hij ontmoette zijn vrouw Irma, kreeg een baan in Café Bak in Heerenveen en ging voetballen bij DWP in Sint Johannesga. ‘Geweldig’, herinnert hij zich. ‘Drie seizoenen lang spelen in de tweede klasse. Een mooie tijd waarin ik het zeer leerzaam vond om ook eens met andere spelers op het veld te staan. Toch keerde ik na die drie jaar weer terug naar mijn oude club in Bakhuizen. Opnieuw ging ik in het eerste spelen en dit heb ik volgehouden tot mijn 48e. Ik was inmiddels al een aardig oude man met allemaal van die jonge broekies om me heen. Afgelopen seizoen had ik me opgegeven voor de 35+ competitie. Daar leek het me nu weleens de tijd voor. Maar ik trainde een wedstrijd mee met het tweede omdat ze daar een speler te weinig hadden, en vervolgens heb ik het hele seizoen weer met hen meegespeeld. Maar dat wil ik echt nog maar een seizoen doen, want ik loop nu wel tussen heel erg jonge jongens. Sommigen zijn 16, daar kom ik aan met mijn 60 jaar en grijze hoofd.’

Menno maakte de nodige trainers mee, twee namen zijn hem altijd bijgebleven. ‘Wietze de Graaf en Jan Pasveer’, zegt hij enthousiast. ‘Allebei hielden ze van sfeer en laatstgenoemde was een voortreffelijke, scherpe, slimme trainer. Als hij bijvoorbeeld zag dat wij met hardlopen stukjes afsneden, dan liet hij ons niet om pionnetjes heenlopen maar om een hek. En er is ook wedstrijd die ik nooit meer zal vergeten. Met Bakhuizen speelden we ooit eens tegen Sint Nicolaasga, een echte prestigewedstrijd, een veldslag. We stonden voor rust met 3-0 achter en de trainer maakte ons helemaal gek in de pauze. Het was alles of niets. Uiteindelijk wonnen we met 4-3. En daarna versloegen we alle ploegen. Een prachtig seizoen was dat.

Ook al ziet Menno dat de jeugd hem links en rechts zo zoetjes inhaalt, hij is goed gezond en nog altijd bloedfanatiek. ‘Voor mijn conditie skeeler ik en ik ben nog steeds helemaal gek van voetbal, maar de snelheid neemt af’, concludeert hij. ‘Het leuke is: ze kennen me allemaal. En met ‘ze’ bedoel ik oud-spelers van andere voetbalclubs. Zo was ik onlangs bij Black Boys in Sneek en toen hoorde ik later dat ze me herkend hadden als een goede en felle voetballer van vroeger. Nou, ik kan je zeggen dat dat heel leuk is om te horen. Zelf bewonder ik Cruyff, Kuit, Messi en het Spaanse voetbal. Ik hou nu eenmaal van dat tiktakspel. Als voetballers maar inzet tonen. Luie spelers heb ik niets mee.’

Amanda de Vries