IJzersterke ‘Moaie jûn’ Tryater

Balk - De mens is als een ei, aan de buitenkant zie je niet of het ei is gekookt of niet, zo schreef de dit jaar honderd jaar geleden geboren schrijver en mensenkenner Simon Carmiggelt eens. Pas als er een barst in de schaal komt zie je wat het is, kleffe smurrie of een evenwichtig gekookt wit innerlijk. Die barstjes komen in de nieuwe voorstelling van Tryater, In Moaie jûn, op speelse wijze tot uiting in herkenbare levensvragen op weg naar het levensdoel dat alle mensen nastreven: ‘gelokkich wêze’.

  Dat alles borrelt onder een ogenschijnlijk spiegelglad wateroppervlak op de avond dat Sinterklaas weer in het land is. Annelys en Lotte denderen als jeugdvriendinnen de doorgaans rustige huiskamer binnen van heit en pake Herman. Sinterklaas vieren met een gelovige Pelle, daar draait het allemaal om en het organiseren van deze ‘moaie jûn’ slurpt alle krachten op. Diepere gevoelens of gedachten worden behendig op een zijspoor gemanoeuvreerd, bijvoorbeeld als het overlijden van de vrouw van Herman even ter sprake komt, ‘Ja dit hûs hat hiel wat meimakke’, zucht Herman alsof vooral het huis is getroffen door dat leed uit het verleden.   De maatschappelijk succesvolle dochter Annelys laat al spoedig doorschemeren dat haar innerlijk bepaald geen evenwichtig gekookt wit innerlijk is. Omzien in wrok en verwondering dat het leven zo snel voort dendert waarbij de wrok de overheersende smaak is. Onbekommerd genieten van het kind Pelle is er niet bij, het verleden loert aan alle kanten. Bij een moederlijke omhelzing van Pelle ruikt zij vooral de geur van de nieuwe vriendin van ex-man Joris, die haar vier jaar bedroog.   Vriendin en oppas Lotte steekt maatschappelijk gezien wat schraal af bij haar jeugdvriendin en objectief beschouwd zou zij met haar gebroken relaties en half afgemaakte banen heel wat meer reden tot wrok hebben. Haar doel is duidelijk en realistisch omlijnd, gelukkig worden en niet zoals haar vriendin ‘Yn in bunker wachtsje oant de wite prins delkomt’. Als Pelle in dromenland verkeert, worden de gesprekken grimmiger, de opgekropte echte opvattingen komen als kortstondige luchtbellen boven het wateroppervlak, Lotte tegen Annelys: ‘De planten geane hingjen asto foarby komst’.   Om het allemaal wat in perspectief te zetten verschijnt ook nog eens een jeugdvriend, Fedde, op het feestje. Een man die een echt contrast vormt met de rest, vooral omdat hij juist de min of meer gecertificeerde ‘autist’ is die zijn manisch-depressieve buien bestrijdt met medicijnen. ‘Ik ben een beetje gek’, zegt hij geregeld na opnieuw een uiterst ontactvolle opmerking op de verkeerde plaats en vooral op een slecht gekozen moment.   Herman is de enige die een wending durft te geven aan zijn leven, ‘Fertriet mei gjin gewoante wurde’, en hij breekt met zijn vroegere leven. Geen blikken meer van eindeloos medeleven ‘foar dy earme man dy’t tsien jier lyn syn frou ferlern hat’ van de buurt voor hem. Nee hij mag gewoon Herman zijn, maar ook hij ontkomt niet aan de wetten van het leven, ,,Myn eagen wurde waarm en troebel, krekt âldemannenmiich.’’   Dit alles, en het is nogal wat, is op het toneel vormgegeven met een ondertoon die recht doet aan de ‘ondraaglijke lichtheid van het bestaan’ zoals Milan Kundera ooit schreef. En daarmee heeft Tryater een ijzersterke ‘moaie jûn’ neergezet die veel publiek verdient. Rynk Bosma