Het bloemenparadijs van Roelof Feenstra

NIJEMIRDUM - Achter de bescheiden woning van Roelof Feenstra aan de Lyklemawei 21 in Nijemirdum ontvouwt zich een florawereld die zijn weerga niet kent.

  Cees Walinga   In de voortuin staat weliswaar een bord dat uitnodigt om niet te schromen in de tuin te kijken, maar dat het steegje langs de woning leidt naar een kleurrijk florapark van liefst 4000 vierkante meter is onverwacht.  Ik bel aan, maar er doet niemand open. Eenmaal achter voel ik me een indringer en als er dan ook nog een hond dreigend begint te blaffen, vrees ik voor mijn kuiten.   De zwarte labrador Elza is een beetje waaks, zegt Feenstra, maar verder dan een beetje snuffelen aan de gast doet ze niet. Drie jaar geleden ging Feenstra met de vut. Hij werkte bij bouwbedrijf Dijkstra in Balk dat later werd overgenomen door Friso in Sneek. Sindsdien is hij fulltime tuinier, een uit de hand gelopen hobby.   Om meer mensen blij te kunnen maken stelt hij zijn tuin open voor publiek, maar dat gebeurt alleen via mond-tot-mondreclame. Veel ruchtbaarheid aan zijn paradijsje geeft hij niet. ,,Ik bliuw der ek net om thús, mar it is sneu as je sa’n tún allinne foar jesels ha soene.” Mensen kunnen vrij rondstruinen tussen de bloemenpracht en vijvers en uitrusten op de vele terrassen, met zelfs een panoramaterras waarvandaan de bezoeker een overzicht heeft over de hele tuin.   De rondwandeling begint meteen achter huis, noem het fase 1 van de aanleg. ,,Dit stikje is 30 jier âld”, vertelt Feenstra. Vraag hem niet naar de namen van de planten. ,,Dy kin ik net ûnthâlde, dat fyn ik ek net sa wichtich, mar der binne minsken dy neame de nammen sa op.” Pas twee jaar terug realiseerde hij de bloemenrijke voortuin.   Het achterste deel van de tuin, maakte hij na zijn vut, maar hij vindt het niet het meest geslaagde deel van het park. ,,It is te bewurklik”, wijst hij op de perkjes en borders. ,,Ik moat in soad meane en knippe.” Het tussendeel, met vooral veel vijver, is minder bewerkelijk. ,,It moat foaral yninoar groeie, dan hast it minste ûnkrûd.” Om te voorkomen dat het teveel in elkaar raakt, is stekken ook een belangrijk onderdeel van zijn bezigheden in de tuin.   Feenstra brengt meer tijd in zijn tuin door dan in zijn woning. In de tuin is een serre gebouwd en heeft hij een zitkamer. Nog steeds verbaast hij zich over zijn bloemenwereld. ,,It is út de hân rûn. As ik foto’s fan myn tún sjoch, kin ik eins ek net leauwe dat it myn tún is. Ik stean noch hieltiten ferbaasd oer myn eigen tún.”   Gasten vraagt hij een gift te doen in een bloempot, maar het is geen moeten. Een hobby mag wat kosten.  ,,Der stiet foar in kaptaal”, merkt Feenstra glimlachend op. ,,Mar ik kom de lêste tiid net safolle mear by de blommesaak.” Om een beetje regen zit de tuinier  meer verlegen. ,,It mei om my elke dei wol efkes reine. Dat kin de tún wol ha. Ik sproei net want dat jout neat. De tún moat himsels rêde.”