IJsselmeervissers tegen verdere vangstreductie

URK

In een brief aan het Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) maken de IJsselmeervissers duidelijk geen verdere reductie van de schubvisvangsten te accepteren.

In de brief geven de IJsselmeervissers, vertegenwoordigd door de ledenraad van de PO IJsselmeer als ook niet-leden, acht argumenten waarom zij niet akkoord gaan met een verdere beperking van de schubvisvisserij. ‘Wij vissen nog maar met 15% van onze merken, ofwel slechts 600 netten voor het gehele IJsselmeer en Markermeer-IJmeer’, aldus de vissers. Daarnaast hebben de IJsselmeervissers via de Wet Natuurbescherming (Wnb) vergunning ook visserijbeperkingen opgelegd gekregen. Zo zijn er grote gebieden permanent gesloten voor de visserij met staande netten en kampen de staande nettenvissers met vier verplichte stilligweken dit seizoen.

Meer blankvoorn en brasem

De IJsselmeervissers merken dat zij de afgelopen jaren juist meer blankvoorn en brasem vangen. Dit blijkt ook uit de cijfers van de visafslag. Daarbij zetten de vissers vraagtekens bij het onderzoek van Wageningen Marine Research (WMR). Zo schrijven ze: ‘Er bestaat geen enkel onderzoek naar de oorzaken van de vermeende of werkelijke ‘natuurlijke schommelingen’ in de brasem- of blankvoornbestanden.’

De vissers sluiten hun brief af met: ‘Wij als vissers zullen ons zeker niet bij een verdere reductie van onze visserij-inspanning neerleggen en een ongeloofwaardig beleid met betrekking tot visstandsonderzoek niet accepteren. Het gaat uiteindelijk om onze broodwinning en voortbestaan.’

Deze week vindt er een bestuurlijk overleg plaats over de IJsselmeervisserij, waar Johan Nooitgedagt en Derk Jan Berends namens de PO IJsselmeer aanschuiven en het standpunt van de IJsselmeervissers inzake de vangstreductie nader zullen verdedigen. Nooitgedagt: ‘Als het niet anders kan zullen we zeker procederen wanneer verdere reducties verplicht worden. Er is geen rationele uitleg waarom er nog meer merkjes of vistijd ingeleverd zou moeten worden. We gaan er dwars voorliggen.’