“Dat gevoel van frustratie en onmacht lezen we niet”

Het huisje dat de familie kocht, had helemaal niet de bestemming permanent wonen. De gemeente ging daarmee de fout in. FOTO: Gemeente De Fryske Marren/Funda

De gemeenteraadsleden trokken het zich echt aan dat de aanvraag van de familie De Glee van een woning die ze in 2021 kochten in Oudemirdum helemaal fout is gelopen. Zij kochten in 2021 de voormalige dienstwoning van Staatsbosbeheer aan de Kooilaan 3.

Hen werd verteld dat er een woonbestemming op het huisje zat, maar later bleek dat dit helemaal niet het geval was. Tijdens de verkoop is daarover onjuiste informatie gegeven. Dat betekende dat al hun plannen in de war werden geschopt, maar ook dat ze tijdelijk moesten huren en nu nog steeds de verbouwing niet op kunnen pakken. Maar het betekende ook heel veel frustratie.

Niet de schoonheidsprijs

En juist dat vonden de raadsleden zo erg. FNP, VVD, ChristenUnie , Burgerpartij vroegen dan ook of de gemeente naast dat ze de kosten die direct te maken hebben met de bestemmingsplanprocedure op zich wil nemen, ook andere kosten wil compenseren. Bijvoorbeeld die van de tijdelijke huisvesting. Jan Volbeda van de FNP zei bovendien dat hij de gevoelens van frustratie en onmacht die hij even daarvoor hoorde in het petear van de familie zelf, nergens terug kon vinden. Ivo de Wolff van de VVD vroeg zich daarnaast af hoe het kan dat het een half jaar heeft geduurd voordat duidelijk was hoe de vork in de steel zat. Kersverse wethouder Chris van Hes moest daarop het antwoord schuldig blijven, maar ging het uitzoeken. Hij zei wel dat dit punt beslist niet de schoonheidsprijs wint en dat dit ook nog zacht is uitgedrukt. “Het had gewoon niet moeten gebeuren.” Ook vond hij het een kwalijke zaak dat deze burgers een afhankelijkheidsgevoel hebben gehad en het idee hadden dat ze moesten vechten tegen de gemeente.

Op het perceel Kooilaan 3 te Oudemirdum staat een huisje alleen in het bos. Het was altijd een dienstwoning voor de boswachter van Staatsbosbeheer. Toen dat niet meer nodig was, heeft Staatsbosbeheer de woning recreatief verhuurd. In 2021 is de woning in de verkoop gegaan. Voorafgaand aan de verkoop heeft de makelaar bij de gemeente gevraagd welke bestemming op het perceel rust. Aangegeven is dat het perceel een woonbestemming heeft.

Onjuiste informatieverstrekking

De woning is verkocht en de huidige eigenaren hebben een vooroverlegplan voor uitbreiding en verbouw van de woning ingediend. Bij de beoordeling van het vooroverlegplan is bij nader inzien ontdekt dat op het perceel geen woonbestemming rust. Het perceel blijkt de bestemming recreatiewoning te hebben.

Gevolg hiervan is dat de uitbreiding en verbouw niet met een reguliere omgevingsvergunning kan worden gedaan. Dit heeft (zeer begrijpelijk) tot zeer ontstemde reacties geleid van de nieuwe eigenaren. Er hebben dan ook al meerdere gesprekken plaatsgevonden over deze ontstane situatie. Hierin zijn ook mede door de portefeuillehouder excuses aangeboden.

Oplossingen

Volgens een memo dat nu openbaar is geworden, is de situatie besproken en is richting de nieuwe eigenaren aangegeven dat de gemeente bereid is om medewerking te verlenen aan de omzetting van de recreatiebestemming naar woonbestemming. Een dergelijke omzetting van solitair gelegen recreatiewoningen vindt vaker plaats. Een wijzigingsmogelijkheid was opgenomen in het voorgaande bestemmingsplan, maar door de omzetting van dit bestemmingsplan naar beheersverordening in 2017 mocht de gemeente wettelijk niet meer gebruik maken van deze wijzigingsbevoegdheid. Dit betekent dat enkel met een bestemmingsplanprocedure de bestemming kan worden gewijzigd. De gemeenteraad moet dit bestemmingsplan vast stellen, maar een bestemmingsplanprocedure beslaat circa 26 weken.

Voor de nieuwe eigenaren is dat veel te lang. Zij wachten namelijk al heel lang. Bovendien hebben zij hun eigen huis inmiddels al verkocht. De planning was om komende zomer te starten met de verbouw, zodat dit ruim voor de winter klaar zou zijn geweest. Gezien de eigenaren nu onvoorzien en zonder hun eigen toedoen in deze situatie zijn terechtgekomen, wil het college van B&W hen op een praktische wijze tegemoetkomen voor wat betreft het doorlopen van de procedure en het afgeven van de omgevingsvergunning voor de verbouw van de woning.

B&W is daarom bereid een juridisch risico te nemen door de procedure te versnellen. De omgevingsvergunning wordt dan verleend, nadat het ontwerpbestemmingsplan uit de ter inzage termijn van zes weken is gekomen. Ook moeten er dan geen zienswijzen op het ontwerpbestemmingsplan zijn binnengekomen. Dit is inmiddels gebeurd en er zijn geen bezwaren binnengekomen. De kosten die direct te maken hebben met de bestemmingsplanprocedure wil de gemeente op zich nemen.

Nieuws

menu