Dichter Jacobus Smink: ‘Hearlik om wer werom te wêzen yn Sondel en al dat Frysk om my hinne te hearen’

De Friese dichter en boekenvertaler Jacobus Smink en oud-winnaar van de Gijsbert Japicxpriis woont sinds kort weer in zijn geboorteplaats Sondel. Foto HoogMedia

De Friese dichter en boekenvertaler Jacobus Smink en oud-winnaar van de Gijsbert Japicxpriis woont sinds kort weer in zijn geboorteplaats Sondel, waar hij opgroeide als zoon van een paardenfokker.

,,Ik bin koartlyn better wurden fan in longontstekking, der ik as COPD-patiënt faker mei te mei te stellen hân ha. Dizze kear ha ik sein dat ik net mear werom woe nei myn wenpllak Eindhoven, mar yn Fryslân bliuwe woe om te revalidearjen. Der njonken woe ik yn de buurt wêze fan myn frou Anja, dy’t yn Sondel begroeven leit.

De 68-jarige Smink woont totdat hij een woning heeft toegewezen gekregen voorlopig bij zijn zuster en haar man in huis. ,,Ik stean hjir ynskreaun, derneist ha ik myn wenning yn Eindhoven te keap stean.”

Naar die stad vertrok Smink destijds in 1980 vanwege zijn werk als docent Nederlands. ,,Ik hie doe al trije bern en koe yn Fryslân gjin fêste folsleine baan krije. Dat koe wol yn Eindhoven oan de gemeentelijke scholengemeenschap Genderdal. Der bin ik toen op yngien, sadot ik foar myn húshâlding soargje koe.”

Liefde voor popsongs

In al die jaren dat Smink vervolgens als leraar door het leven ging, liet zijn passie voor het schrijven hem nooit los. Zelf publiceerde hij op 18-jarige leeftijd zijn eerste gedicht in het Friese literaire tijdschrift Hjir, van Piter Boersma en Sybe Krol, dat bestond van 1972 tot en met 2009.

,,Ik wie en bin noch altyd wyld op popsongs en woe dizze sels ek skriuwe yn it Nederlânsk en Ingelsk”.

Toen hij studeerde kreeg Smink kunde aan mensen die in het Fries schreven. Dat waren: Jaap de Jong, Tjebbe Hettinga, Eeltsje Hettinga, en Bartle Laverman. Hij heeft toen hun gedichten gelezen en durfde het vervolgens zelf ook wel aan.

Daarop koos Smink Fries als extra schoolvak. Overigens is hij tot voor kort ook redacteur van Ensafh geweest. Dat is het enige Fries literaire tijdschrift en is een door hem bedachte naam samenvoeging van de beide voormalige literaire tijdschriften Farsk en Hjir, en staat voor continuïteit.

‘Niet geschikt voor romans’

Na zijn eerste publicatie kreeg Smink de smaak verder te pakken en ging hij door met schrijven. Wel legde hij zich toe op het schrijven van Friese gedichten.

,,Gedichten binne foar my koartebaanwurk”. Romans ziet hij als langebaanwerk, daar acht hij zich niet geschikt voor. In de gedichten kan hij zijn verhaal in korte tijd kwijt en kan hij er ook tijdig een eind aan breien, zegt Smink, die door recensenten wordt omschreven als ‘een liefdesdichter pur sang’.

De beloning kwam in 2013 toen hij de Gijsbert Japicxpriis, de belangrijkste Friese literaire prijs, kreeg hij voor zijn in 2009 verschenen dichtbundel Sondelfal.

,,Ik hie noait tocht dat ik sa’n grutte priis krije soe foar myn gedichten, omdat ik tocht dat ik mar in lytse dichter wie.”

Dat hij de Gijsbert Japicxpriis heeft gekregen is voor hem een wonder, maar wel eentje waar hij heel erg blij mee is en wat ook groots gevierd is met sprekers in de kerk in Bolsward, waar hij ook een oorkonde heeft gekregen en met een receptie in café De Groene Weide, eveneens in Bolsward.

‘Veel verdwenen’

Sondelfal zelf gaat overigens over alles wat verdwenen is in Sondel. Zoals een terp uit de pleistoceenperiode, waarop Smink vroeger speelde en waar nu woningen staan en tal van andere zaken die er niet meer zijn, zoals een voormalige windmolen en de haven het Swaaigat.

Smink heeft ondertussen meer dan vierhonderd Friestalige gedichten geschreven en daarnaast ongeveer dertig Nederlandstalige gedichten. Ook is hij bekend van Friese vertalingen van het Achterhuis van Anne Frank, Ronja de Roversdochter en De Lytse Prins.

Myn lytse oarloch en nieuwe dichtbundel

Ondertussen werkt Smink alweer een paar jaar aan een nieuwe dichtbundel. Die krijgt als naam ‘Ezel en/of boer’ en wordt zijn twaalfde bundel en voorlopig ook zijn laatste. Hij hoopt deze eind van dit jaar gereed te hebben.

Daarnaast verscheen medio februari het boek ‘Myn lytse oarloch’. Dat is een door Smink in het Fries vertaalde versie van de roman ‘Mijn kleine oorlog’ van de Vlaamse schrijver Louis Paul Boon en bestaat uit ongeveer dertig gebeurtenissen over het leven in de voorstad van de Vlaamse stad Aalst tijdens de Tweede Wereldoorlog, het boek is nog steeds actueel.

Naar de zin

Dat de schrijver nog wel terugkeert naar Eindhoven staat vast voor hem. Permanent zal dat echter niet meer zijn.

Smink: ,,Ik ha yn Eindhoven net allinne twa bern weanjen, mar ha der ek noch freonen.”

Als hij teruggaat is dat om hen op te zoeken. Nu wil hij vooral in zijn geliefde Friesland blijven en in de buurt kunnen zijn van zijn vrouw Anja, die in 2010 is overleden. Zelf was zij kunstenaar, toen zijn boek Tongermolke verscheen in 2015 heeft Smink er voor gekozen om de voor- en achterkant te laten bestaan uit werk dat zij heeft gemaakt. Hij heeft voor hem en Anja ook een graf gekocht in Sondel, zodat hij op termijn bij haar kan komen te liggen.

Zelf een interviewtip?

Heeft u zelf een (interview)tip voor de Balkster Courant of zou u graag een onderwerp belicht willen zien worden? Dan kunt u contact met ons opnemen via jitze.hooghiemstra@mediahuisnoord.nl Telefonisch zijn wij bereikbaar via 06-17 242 223.

Nieuws

menu