Het verdriet van de Zuiderzee geeft voer tot nadenken

Mensen zagen alleen vooruitgang toen de Afsluitdijk werd gebouwd. Maar tegelijkertijd werd een zee vermoord. Foto: Ben van Duin

Meeuwen vliegen over, ganzen dobberen en op de achtergrond is iemand met zijn zeilbootje voor anker gegaan. Het water van het IJsselmeer is glad als een spiegel, de zon schijnt nog, met hier en daar een overdrijvende wolk. Dan weerklinkt een vogel. Is het echt of is dit de voorstelling?

We luisteren nog een keer en zien dan een kleine zwarte figuur steeds dichterbij komen. Het geluid van de nachtegaal weerklinkt nog een keer. En nog een keer. Het blijkt dus de voorstelling te zijn, maar klinkt levensecht. En nadat deze nachtegaal zich heeft laten horen, komen ook de spotvogel, de lepelaar, de tjiftjaf, de grutto, de kemphaan, de roerdomp en de koekoek op het publiek aflopen. Ze klinken niet alleen als vogels, ze gedragen zich ook als vogels. En ze zien eruit als vogels. De meeuwen reageren op hun lokroepen en zweven boven het speelveld. Als natuurlijk onderdeel van de omgeving.

Minder vanzelfsprekend

En juist daar draait het om in deze voorstelling. Want hoe natuurlijk is het als je een zee wilt bedwingen en hem zijn zoute karakter afneemt en hem zoet maakt? Wat doet dit met het hele ecosysteem? Het vermoordt het, ook wel ecocide genoemd, is het antwoord. De natuurlijke binding van de mensen met hun omgeving raakt bovendien verloren en dat is eveneens het uitgangspunt van het hele stuk. Dingen waar je zelf nooit bij stil hebt gestaan omdat je de Afsluitdijk altijd voor vanzelfsprekend hebt aangenomen, worden opeens veel minder vanzelfsprekend.

En de vogels in het stuk maken je dat duidelijk. Op een indringende manier vaak, maar soms ook met heel veel humor. Door hun ogen, doordat zij aangeven dat hun natuurlijke leefomgeving verdwijnt, voel je opeens wat de aanleg van de Afsluitdijk eigenlijk heeft betekend. Hoe hun natuurlijke habitat verdween. Maar ook die van de vissen. De paling, de ansjovis, de haring, de garnalen. Ze leefden hier allemaal voordat de dijk werd aangelegd. Maar verdwenen door de heer Lely, de visionaire met de naam van een bloem. Sommige vissoorten verdwijnen niet, die willen tegen wil en dank terug, maar stuiten op een muur waar ze niet doorheen kunnen. Zeehonden creperen in het nieuwe water.

Visserij

Maar niet alleen vogels, vissen en planten creperen. Ook mensen worstelen enorm met de nieuwe werkelijkheid. De broers Minne en Inne Minnes, twee vissers die loodrecht tegenover elkaar komen te staan bijvoorbeeld. De één denkt dat de Afsluitdijk alleen maar vooruitgang betekent, de ander voorziet voor de aanleg al dat dit alles maar dan ook alles zal gaan veranderen. De laatste is tevreden met wat hij heeft, voelt de vrijheid en de rijkdom als hij over de zee vaart en beleeft de natuur als zijn partner. Hij verzet zich en weet uiteindelijk niets anders te doen dan te kiezen voor een zelfgekozen dood omdat hij met die nieuwe werkelijkheid niet kan leven.

Duidelijk wordt ook wel wat er met al die mensen gebeurde die hun baan in de visserij kwijtraakten. Velen van hen verhuisden naar het nieuwe land en werden er boer. Maar kan dat? Kun je van een visser een boer maken? En wat geeft dat nieuwe land je? Uitgestrekte vlakten, zware landbouwmachines en alleen maar heel hard werken. De band met de natuur volledig verbroken en amper tijd voor sociaal contact. Nooit bij stilgestaan dat de zogeheten pioniers van de polder die altijd worden geroemd om hun doorzettingsvermogen misschien helemaal niet zo’n fijn leven hebben gehad. Zo wordt Grietje Bosker, de eerste vrouw die op blote voeten de Afsluitdijk afliep waanzinnig door haar verblijf in diezelfde polder. De vooruitgang die ze voor zich zag, blijkt een heel andere werkelijkheid te hebben en het ontbreken van echte natuur ontneemt haar zelfs het vermogen tot praten. Ze loopt bijna een dag om een boom te zien, een echte boom.

Moe van verhalen

Ze bouwen mee aan hun eigen ondergang zegt visser Minne met vooruitziende blik als er alleen nog plannen zijn voor de aanleg van de Afsluitdijk. Regisseur en schrijver Geert Lageveen zegt daarover dat de Afsluitdijk er nu nooit door zou komen als hij vandaag bedacht zou worden. De wet zou dat niet toestaan. Maar zo stelt hij verder er wordt nog wel steeds gefocust op de winstkanten: we hebben de zee bedwongen en zo veiligheid en land gecreëerd. Pas sinds kort is er ook voor de negatieve gevolgen van de bouw.” Ook stelt hij dat de mens blijkbaar niet in staat is om een oplossing voor het klimaatprobleem te vinden. “Het lukt ons niet om verder te kijken dan pakweg de komende 10 jaar.” Omdat mensen zo langzamerhand moe zijn van verhalen daarover in de pers en op de tv bedacht hij dat theater een veel beter medium is om dit thema aan te kaarten. “Deze voorstelling moet een indringende ervaring worden over de tragiek van de mens, in plaats van een geheven vingertje. We moeten de harten van mensen winnen.”

Dat je na de voorstelling zeker food for thought hebt is overduidelijk. Hoe had alles eruitgezien als die Afsluitdijk er niet was gekomen, stellen we onszelf de vraag. We zien zeehonden voor ons, vissers die met haring en garnalen naar de afslag in ons eigen dorp gaan en een zee die niet is gespleten. We zien de hangen waar onze ouders en voorouders vroeger in werkten, we ruiken de zilte geur van netten en water. We zwemmen in zout en blijven erop drijven. En we zien vogels. Heel veel vogels. In al hun praal en pracht en met heel velen.

Nieuws

menu